Elia en de Baäl priesters

Een bekende geschiedenis van Elia is die van Elia en de Baäl priesters. Voordat dit plaatsvond, had Elia tot koning Achab gezegd dat het lange tijd niet meer zou regenen (1 Kon.17:1). Dit zou totaal drieënhalf jaar duren, weten we uit andere Schriftgedeelten. Aan het einde van die periode, zo lezen we in 1 Koningen 18, draagt God aan Elia op om zich aan Achab te vertonen en hem te zeggen dat het weer zal gaan regenen. Elia geeft Achab opdracht om heel Israël en alle Baäl priesters te verzamelen op de berg Karmel. Daar zal worden getoond wie de echte God is.

lessen
Uit deze geschiedenis zijn heel wat lessen te trekken en wel in de eerste plaats dat er één God is. Er zijn er wellicht die zich goden laten noemen of genoemd worden, maar uiteindelijk is er slechts één God, die werkelijk God is en alles bepaald, en dat wordt getoond in dit verhaal. Een ander opmerkelijk aspect vind ik het gedrag van Elia. Ons wordt vaak gezegd dat we toch vooral respect moeten hebben voor andermans ‘geloof’ of religie. Elia tapt uit een heel ander vaatje en hij bespot de Baäl priesters (1 Kon.19:27).

Mooi en leerzaam, maar deze geschiedenis heeft ons nog meer te onderwijzen dan dat wat zich aan de oppervlakte aandient. Het is een heenwijzing naar Christus. In de geschiedenis van Elia en de Baäl priesters vinden we een beschrijving van de overgang van het oude verbond naar het nieuwe verbond.

oude verbond
Elia vraagt het volk eerst hoe lang zij nog op twee gedachten hinken (18:21). Dat is typisch het oude verbond, de wet: is het goed of fout, mag het wel, of mag het niet? Vervolgens zijn het de Baäl priesters die hun altaar mogen klaarmaken, een stier daarop offeren en hun god mogen aanroepen. Zij zijn een uitbeelding van Israël onder het oude verbond. Wellicht klinkt het ons vreemd in de oren dat afgodendienst een uitbeelding zou zijn van het oude verbond. Wij hebben daar negatieve associaties bij en hoe kan zoiets dan een verwijzing zijn naar het oude verbond, dat God zelf heeft gegeven? Maar wie zo de bijbel leest, komt met veel zaken in de knoop, zoals in de geschiedenissen van Simson, David en Bathseba, Absolom, enz. Zij zijn allen op enige manier een type van Christus, maar ethisch gezien waren het niet altijd geschiedenissen om een voorbeeld aan te nemen.

Terug naar deze Baäl priesters, die een type zijn van het oude verbond. Over de totstandkoming van het nieuwe verbond, profeteert Hosea:

Hosea 2
15 Op die dag zal het gebeuren, spreekt de JAHWEH, dat u Mij zult noemen: mijn Man, en Mij niet meer zult noemen: mijn Baäl!

Baäl betekent heer. Het woord Heer of Heere is in veel van onze vertalingen de vertaling van de naam van JAHWEH. Voornamelijk wordt deze Godsnaam gebruikt voor God hoe Hij zich bekend maakt onder het oude verbond van de wet. Onder het oude verbond werd er geofferd, maar in het offer op zichzelf had God geen behagen.

Hebreeën 10
5 Daarom zegt Hij, wanneer Hij in de wereld binnenkomt: Slachtoffer en offergave wilt u niet, maar u bereidt voor mij een lichaam toe;
6 in brandoffers en in zonde-offers hebt u geen welbehagen.

ijver tot God
Wie offert zonder daarbij God te erkennen, heeft weliswaar een ijver tot God, maar zonder besef (Rom.10:2). En elke gelovige die zich nu stelt onder de wet, doet dit onterecht, want de wet is beëindigd (Rom.10:4). Het ziet er dan ook vroom uit, maar het is slechts het zoeken van het oprichten van de eigen rechtvaardigheid en dus een ontkenning van Gods rechtvaardigheid (Rom.10:3). De Baäl priesters doen flink hun best. Ze springen (letterlijk staat ook hier: hinken) tegen het altaar (18:26) en zij snijden zichzelf, totdat er bloed vloeit (18:28), want de wet is een bediening des doods  en van veroordeling (2 Kor.3:7 en 9, vgl. 1 Kon.18:40). Zij roepen tot aan de tijd van het spijsoffer, één van de offers onder het oude verbond (18:29), maar hun god antwoord niet.

Deuteronomium 31
18 Ik zal Mijn aangezicht op die dag zeker verbergen, vanwege al het kwaad dat het gedaan heeft, want het heeft zich tot andere goden gekeerd.

nieuw verbond
Dan is het de beurt aan Elia. Hij herstelt het altaar dat verbroken was, door twaalf stenen bij elkaar te brengen (18:31). Deze stenen zijn natuurlijk een uitbeelding van de twaalf stammen van Israël, verstrooid onder de volkeren, maar wanneer zij geplaatst zullen worden onder het nieuwe verbond, zal het volk verzameld worden. Elia maakt een greppel rond het altaar, in de Statenvertaling vertaald met groeve (18:32), een ander woord voor graf. Ook komt er hout op het altaar, dat spreekt van de werken van de mens (1 Kor.3:12) en daarop wordt het slachtoffer, de stier, gelegd. Dit offer spreekt, net als alle offers, van de dood en opstanding van Jezus Christus. Het hele altaar werd overgoten met water, altijd een beeld van het levende woord van God. Het gebeurt drie keer, want de beloften worden vervuld na de drie, denk aan de dag van de opstanding van Christus.

De hele opbouw van het altaar spreekt in alle facetten van de dood en opstanding van Christus. Hoe een oud verbond beëindigd werd en een nieuw verbond tot stand wordt gebracht.

het antwoord
Elia roept God aan als de God van Abraham, Izak en Israël (18:36). Vooral dat laatste valt op: niet Jakob, maar Israël. Jakob is de naam van degene die altijd maar zelf bezig was de belofte te verkrijgen. Israël is de naam van de gelovige Jakob. Die het niet meer van zichzelf verwachtte, maar zei: “ik laat u niet gaan, tenzij U mij zegent” (Gen.32:26). Elia roept de God van Abraham, Izak en Israël aan, de God van de beloften.  Niet de God van Mozes en het oude verbond, maar de God van de beloften en het nieuwe verbond. God accepteert het offer van Elia door het offer, het hout, de stenen, het stof en het water weg te nemen door een vuur uit de hemel (18:38). Elia is een uitbeelding van Christus, de knecht des Heeren (vgl. ‘uw knecht’, 18:36) die een eenmalig offer bracht, voldoende voor allen:

Hebreeën 10
9 Daarna sprak Hij: Zie, Ik kom om Uw wil te doen, o God. Hij neemt het eerste weg om het tweede te stellen
10 In die wil zijn wij geheiligd door het offer van het lichaam van Jezus Christus, eens en voor altijd.

Elia verworpen
Hoewel hier in beeld het nieuwe verbond tot stand gekomen is en JAHWEH heeft laten zien dat Hij God is door het offer van Elia (Christus) te aanvaarden, lezen we in het volgende hoofdstuk over hoe Elia moet vluchten voor Achab en Izebel. Dat is de tijd waarin wij leven. Christus is opgewekt uit de doden, de bediening van dood en veroordeling is beëindigd en de bediening van de Geest (2 Kor.3:8) is tot stand gebracht. “Het is volbracht”(Joh.19:30), maar het nieuwe verbond is niet gesloten met Israël. Elia als beeld van Christus, wordt verworpen en moet zich verbergen. Zo ook Christus en de Zijnen in onze tijd. Veracht, verworpen en verborgen. Maar dat zal veranderen.

Kolossenzen 3
3 Want jullie stierven, en jullie leven is, samen met Christus, verborgen in God.
4 Wanneer Christus, die ons leven is, openbaar gemaakt wordt, dán zullen ook jullie samen met Hem in heerlijkheid openbaar gemaakt worden.