de eerste vraag

In Genesis 3 vinden we de eerste 2 vragen in de bijbel. De eerste is van Satan, de tweede van God. Wanneer we beide vragen bezien, merken we meteen dat de motieven achter de vragen fundamenteel anders zijn. Over Satan lezen we:
.
Genesis 3
1 En de slang was sluwer dan enig ander dier van het veld, dat de Heere God gemaakt had; en zij zegt tot de vrouw: Inderdaad, God heeft zeker gezegd: Jullie zullen niet eten van enige boom in de hof?
Deze vraag was erop gericht de goedheid van God in twijfel te trekken en Eva te verleiden tot de verkeerde keuze: ongehoorzaamheid aan God. Dat blijkt ook wel uit het vervolg: Eva geeft aan niet van de boom te mogen eten, omdat als ze er wel van eet, ze zal sterven (Gen.3:3). De slang ontkent dit, Eva eet en geeft ook aan Adam, die ook eet. De slang liegt en zijn vraag en overige communicatie is gericht op het creëren van scheiding. Scheiding tussen God en de mens.
.
Over Gods eerste vraag lezen we, nadat Adam en Eva van de boom hadden gegeten en zij zich verborgen hadden:
.
Genesis 3
9 En de Heere God roept de mens en Hij zegt tot hem: Waar ben je?
Gods vraag is gericht op herstel, op eenheid. Hij zoekt de mens op. God wist ook wat Adam en Eva zouden doen en wist wat dit voor consequenties zou hebben voor elk mens dat uit hen zou voortkomen. Daarom bedacht Hij ook een oplossing, nog voor de nederwerping van de wereld: Hij gaf Zijn Zoon, Jezus Christus. Óók deze daad had consequenties voor alle mensen die uit Adam zouden voortkomen!
.
1 Korinthe 15
22 Want net zoals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden.
.
Romeinen 5
18 Dus, dan, zoals het door één misstap voor alle mensen tot veroordeling was, zó is het ook door één daad van rechtvaardigheid voor alle mensen tot rechtvaardiging van leven