overal typologie (2)?

In een vorige blog liet ik aan de hand van 1 Korinthe 10 zien waarom ik geloof dat de Schrift, en in dit geval Paulus, ons aanwijzingen geeft naar typologie, zodat wij de beschreven dingen of geschiedenissen zouden opzoeken en ook de typologische betekenis van andere details zouden onderzoeken. Een wellicht nog duidelijker voorbeeld hiervan schoot me later te binnen.

Hebreeën
De schrijver van de Hebreeën brief zet in de eerste hoofdstukken van de brief uiteen dat de hoofdsom van wat hij te melden heeft, is dat wij een Hogepriester hebben, gezeten in de hemelen (Hebr.8:1). Alle voorgaande hogepriesters onder het oude verbond zijn typen, dat wil zeggen voorbeelden of voorafschaduwingen, van deze Hogepriester. En ook van de tabernakel en de dienst die daar gepleegd werd, wordt dit gezegd (Hebr.8:5).

In hoofdstuk 9 wordt eerst benoemd welke voorwerpen er in het heilige, te vinden zijn (:2) en vervolgens zegt de schrijver dat in het heilige der heiligen (:3) gevonden worden:

Hebreeën 9
4 met een gouden wierookvat en  de ark van het verbond, die geheel met goud overtrokken was. In deze ark lagen  de gouden kruik met het manna en  de staf van Aäron, die gebloeid had, en  de stenen tafelen van het verbond.
5 En boven op deze ark waren de cherubs van Gods heerlijkheid, die het verzoendeksel overschaduwden. Over deze dingen zullen wij nu niet stuk voor stuk spreken.

Onderwijs
De schrijver van Hebreeën benoemt weliswaar al deze attributen van stuk tot stuk, maar geeft aan dat hij over deze dingen nu van stuk tot stuk niet zal spreken. Hij zou er wel van stuk tot stuk over kunnen spreken en daarom wordt het genoemd. Het is een vingerwijzing om ons aan te sporen deze voorwerpen op te zoeken in de boeken van Mozes en ze te bestuderen op hun typologische betekenis.

We staan er wellicht niet snel bij stil, maar alle zaken van de tabernakel en de dienst die daar gepleegd werd, hebben geen enkel praktisch nut gediend. Ze waren ter onderwijzing voor het volk Israël en dat zijn ze nu ook voor ons.

Jesaja 2
…opdat Hij ons lere van Zijn wegen (…)