Zoon van God door Zijn opstanding?

In de meeste vertalingen wordt Romeinen 1:4 zo vertaald dat er lijkt te staan dat Jezus Christus de Zoon van God is door Zijn opstanding uit de doden. De NBG vertaling vertaalt bijvoorbeeld zo:

Romeinen 1
1 (…) het evangelie van God.
(…)
3 aangaande zijn Zoon, gesproten uit het geslacht van David naar het vlees,
4 naar de geest der heiligheid door zijn opstanding uit de doden verklaard Gods Zoon te zijn in kracht, Jezus Christus, onze Heer.

Deze vertaling van vers 4 is vreemd, want in vers 3 staat al dat Hij Gods Zoon is, die gesproten (lett: geworden) is uit het zaad van David. Dat betekent dat Hij als mens ook de Zoon van God was. En dat is logisch, want Hij werd door Gods Geest verwekt. We vinden dit dan ook in de Schrift vermeld bij de aankondiging van Zijn geboorte door de engel Gabriël aan Maria.

Lukas 1
35 En de engel antwoordde en zeide tot haar: de heilige geest zal over u komen en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen; daarom zal ook het heilige, dat verwekt wordt, Zoon Gods genoemd worden.

Romeinen 1:4 is dan ook in de meeste vertalingen niet goed vertaald. Een meer letterlijke vertaling zou zijn:

uit opstanding van doden bepaald wordend Zoon van God te zijn in kracht, naar geest van heiligheid, Jezus Christus onze Heer.

Let goed op hoe het er staat: uit opstanding van doden. Het spreekt niet van Zijn eigen opstanding, maar van het feit dat Hij doden opwekte. Jezus bewees Zijn zending door God de Vader in kracht (Grieks: dunamis = kracht, vermogen). Hij bewees de Zoon van God te zijn doordat Hij macht over de dood had, opstandingskracht. Hij wekte doden op, zoals: Lazarus, het dochtertje van Jaïrus en de jongeling van Naïn.

Het wellicht meest indrukwekkende voorbeeld hiervan vinden we bij Zijn sterven, waarbij ook de hoofdman over honderd, die zag wat er allemaal gebeurde op dit moment, zei: “Waarlijk, deze was Gods Zoon!”

Mattheüs 27
52 en de graven gingen open en vele lichamen der ontslapen heiligen werden opgewekt.
53 En zij gingen uit de graven na zijn opstanding en kwamen in de heilige stad waar zij aan velen verschenen.
54 De hoofdman en zij, die met hem Jezus bewaakten, zagen de aardbeving en wat er plaats had en zij werden zeer bevreesd en zeiden: Waarlijk deze was Gods Zoon.