Romeinen 3:1-20

Nadat Paulus in hoofdstuk 1 de toestand van de natiën had geschilderd, richt hij zich in Romeinen 2 en 3 tot het Jodendom. De uiteindelijke conclusie luidt: er is niemand rechtvaardig, ook niet één. Paulus onderbouwt dit door een groot aantal Schriftplaatsen uit de Psalmen te citeren. De wet, de Hebreeuwse geschriften, zijn immers in de eerste plaats aan het Joodse volk gericht.

Voor de pauze specifieke aandacht voor Psalm 51. Een psalm van David, die door Paulus aangehaald wordt in Rom.3:4. Petrus betoogt in zijn toespraak op de Pinksterdag in Handelingen 2 dat de Psalmen weliswaar geschreven zijn door David, maar profetisch zijn en vooruitwijzen naar de Christus, de Zoon van David (:21-25). Geldt dat ook voor Psalm 51?

 

Studie deel 1

Studie deel 2

Powerpoint

 

Plaats studie: Hendrik Ido Ambacht
Datum:  16 januari 2018