10. wat is (al)verzoening? ook jullie verzoent Hij nu

Het voorgaande in Kolossenzen 1 beschrijft de heerlijkheid van de Zoon, door Wie God alles heeft geschapen. Hij is de Eerstgeborene van zowel de oude als de nieuwe schepping. God heeft de hele schepping op het oog en brengt door Hem al Zijn schepselen daar waar Hij hen hebben wil: verzoend en in vrede met Zichzelf. Dat is echter nog niet de huidige werkelijkheid; vooralsnog zijn slechts enkelen verzoend.

Kolossenzen 1
20 Ook jullie, die eens vervreemd waren en vijanden in het denken in de boosaardige werken, verzoent Hij nu (geheel).

Paulus richt zich hier tot gelovigen: zij zijn nu al verzoend. Opnieuw wordt duidelijk wat verzoening inhoudt. Wij waren vervreemden en vijanden, maar God heeft die situatie omgekeerd. Nu zijn wij verzoenden en hebben wij vrede met God (Rom. 5:1). Vijandschap en vervreemding vormen geen belemmering voor verzoening. Integendeel, verzoening veronderstelt juist vijandschap en vervreemding. Men moet eerst vijand en vervreemde zijn om verzoend te kunnen worden.

22 in het lichaam van zijn vlees, door Zijn dood, om jullie te presenteren heilig en smetteloos en onaanklaagbaar voor Zijn aangezicht.

Wij zijn verzoend door Zijn dood. Het is belangrijk dit juist te verstaan. De wereld toonde haar vijandschap door de Zoon van God te kruisigen en te doden. Maar God verzoent de wereld doorheen de dood van Zijn Zoon. Hij ging de dood in, maar God wekte Hem drie dagen later op: Hij kwam de dood uit, eens en voorgoed (Rom. 6:9). Zo bewijst God Zijn liefde: Hij rekent een vijandige wereld hun misstappen niet toe (2 Kor. 5:19), maar schenkt leven en onvergankelijkheid.

de kracht van het evangelie
God doet Zijn vijanden niet teniet, maar verandert hen — dát is verzoening. Wie eerst vervreemd en vijandig was, wordt nu gepresenteerd als “heilig, smetteloos en onaanklaagbaar voor Zijn aangezicht”. Dat is de levensveranderende kracht van het evangelie.

23 aangezien jullie zeker blijven in het geloof, gefundeerd en vast en niet afgebracht worden van de hoop van het evangelie, dat jullie gehoord hebben en dat geproclameerd wordt in de gehele schepping onder de hemel, waarvan ik, Paulus, een bediende werd.

Veel vertalingen geven dit vers voorwaardelijk weer: “indien jullie blijven”. Maar de woordcombinatie “ei ge”, die het Grieks hier weergeeft, wordt elders vertaald met “gij hebt immers” (Ef.3:2 NBG) en “gij toch hebt” (Ef.4:21 NBG) en zou hier ook moeten worden weergegeven met: jullie blijven immers in het geloof. Het gaat om een veronderstelling die door de schrijver als waar wordt aangenomen, niet om twijfel. De betekenis is niet: “als het misschien zo is”, maar Paulus gaat ervan uit dat de Kolossenzen blijven in het geloof.

Verzoening is Gods werk. Wie gelooft, presenteert Hij als heilig, smetteloos en onaanklaagbaar voor Zijn aangezicht. Onze roeping is daarin te blijven staan: alles van Hem verwachten en niets van onszelf.

de hoop van het evangelie
Het is God die het heelal met Zich verzoent (:20). Op die boodschap grijpt Paulus hier terug en hij noemt haar de hoop van het evangelie. Evangelie betekent goed bericht — en geen beter bericht is denkbaar dan dit: dat voor de hele schepping de verwachting vastligt dat zij met God verzoend wordt. Daarom benadrukt Paulus dat wij ons niet laten afbrengen van deze hoop. Dit was het goede bericht dat hem was toevertrouwd en dat hij wereldwijd bekend mocht maken.