Hoewel Paulus zich hier tot de slaven richt, geldt dit beginsel voor iedereen. Wie onrecht doet of een ander schade berokkent, is niet gevrijwaard van de gevolgen omdat hij een gelovige is. Dat geldt zowel voor de gevolgen die wij in dit leven kunnen ondervinden als voor onze verschijning voor het podium van Christus. God kent geen aanzien des persoons.