Gideon heeft zijn leger toegerust met ramshorens, kruiken en fakkels. In de vorige blog hebben we gekeken naar de betekenis van de ramshoren of bazuin. Die komen we door heel de Hebreeuwse bijbel tegen. In het nieuwe testament klinken ze op allerlei momenten rond de wederkomst van Christus.
Richteren 7
19 En Gideon kwam, en de honderd mannen die bij hem waren, bij het begin van de middelste nachtwake, juist toen men de wachters had uitgezet. En zij bliezen op de ramshorens en zij verbrijzelden de kruiken die in hun hand zijn.
lege kruiken
Gideon had zijn manschappen kruiken gegeven. Een kruik of een vat, is in de Schrift een uitbeelding van de mens: breekbaar en vergankelijk. Gideon had hen lege kruiken gegeven (:16), want een vat zou gevuld moeten worden.
gevuld
In heel de Bijbel zien we vaten en kruiken die gevuld worden, met water (Gen. 24:16; Joh. 2:7), zout (2 Kon. 2:20), meel (1 Kon. 17:12), manna (Ex. 16:33; Hebr. 9:4), honing (1 Kon. 14:3), olie (1 Sam. 1:10; 2 Kon. 4:2) en wijn (2 Sam. 16:1; Joh. 2:9). In deze beelden komt steeds dezelfde gedachte naar voren: een mens zou gevuld worden met geest, namelijk met het woord van God (Ef.5:18; Kol.3:16). Dat is ook de gedachte bij de fakkels die de mannen in de kruiken houden.
Paulus spreekt over ons gelovigen als “een aarden vat”, als hij het heeft over het woord van God (2 Kor.4:2) en het evangelie van de heerlijkheid van Christus (2 Kor.4:4) dat in ons woont.
2 Korinthe 4
6 Want de God, die gezegd heeft: licht zal vanuit de duisternis schijnen, schijnt in onze harten, om ons te verlichten met de kennis van de heerlijkheid van God in het aangezicht van Jezus Christus.
7 Maar wij hebben deze schat in aarden vaten, zodat de kracht, die alles overtreft, van God is en niet uit ons.
het woord
De schat die wij hebben in ons “aarden vat” is het woord van God. Dat is het licht, waarmee God in onze harten schijnt. De fakkels van Gideon en zijn mannen zijn een uitbeelding van dit woord. Zodat de overwinning die zij behalen, komt van Gods kracht, die alles overtreft, en niet van de mens.
met Hem geopenbaard in heerlijkheid
De kruiken worden stukgeslagen en wat in de kruik verborgen zat, wordt onthuld: het licht wordt openbaar. Midden in de nacht (Matth.25:6; 1 Thess.5:2), als de wereld in duisternis is, zal Christus verschijnen. Dan zal de bedekking worden weggenomen, zal Christus geopenbaard worden en dan zullen wij ook met Hem worden geopenbaard in heerlijkheid (Kol.3:4).