In Kolossenzen 1 roept Paulus zijn lezers op om “de Heer waardig te wandelen”, in Efeze 4 om “te wandelen waardig van de roeping waarmee jullie geroepen werden” en in Filippenzen “waardig het evangelie van Christus”.
Wat bedoelt hij hiermee? “Waardig” betekent: in overeenstemming met de waarde van iets. Dat kunnen we heel letterlijk nemen in de genoemde passages. Het is geen morele oproep van Paulus om gedrag te laten zien dat voor de buitenwereld fatsoenlijk is, maar spreekt van een wandel waarin gedemonstreerd wordt wat Zijn waarde is. Dat begint bij de binnenkant: besef van Zijn wil, wijsheid en geestelijk inzicht.