17. Filemon :22-25 groeten en slotwoorden

Zoals veel van Paulus’ brieven eindigt ook deze brief met persoonlijke groeten en slotwoorden. Paulus noemt verschillende medewerkers die ook in de Kolossenzenbrief voorkomen. Daarnaast spreekt hij de hoop uit dat hij Filemon zelf weer zal kunnen bezoeken.

Filemon (naar ISA)
²² Tegelijkertijd, maak ook een gastverblijf voor mij gereed, want ik hoop dat ik door jullie gebeden genadig aan jullie gegeven zal worden.
²³ Epafras, mijn mede-krijgsgevangene in Christus Jezus, groet jou,
²⁴ evenals Marcus, Aristarchus, Demas en Lucas, mijn medewerkers.
²⁵ De genade van onze Heer Jezus Christus zij met jullie geest.

een gastverblijf
Paulus rekent erop dat zijn gevangenschap niet blijvend zal zijn. Hij vraagt Filemon zelfs alvast een gastverblijf voor hem gereed te maken. Hij zegt:

“…want ik hoop dat ik door jullie gebeden genadig aan jullie gegeven zal worden.”

Paulus zag zijn eventuele vrijlating dus niet alleen als het gevolg van menselijke omstandigheden, maar als iets dat God hem genadig zou schenken, mede in antwoord op de gebeden van de gelovigen.

Ook in de Filippenzenbrief spreekt Paulus tijdens zijn gevangenschap de verwachting uit dat hij de gelovigen daar weer zal ontmoeten (Fil. 1:25; 2:24).

Epafras
Als eerste noemt Paulus Epafras. Hij was afkomstig uit Kolosse en had daar het evangelie bekendgemaakt (Kol. 1:7; 4:12).

Paulus noemt hem zijn mede-krijgsgevangene in Christus Jezus. Het Griekse woord is sunaichmalōtos, een ander woord dan desmios, “gevangene”, waarmee Paulus zichzelf in deze brief aanduidt (:1,9).

We kwamen eerder al de militaire term mede-strijder — of: medesoldaat — tegen (:2). Paulus spreekt vaker over strijd in verband met zijn bediening en de verkondiging van het evangelie (2 Tim. 2:3; Kol. 2:1). Ook het staande blijven in het geloof wordt als een strijd voorgesteld (Ef. 6:12; 1 Tim. 6:12).

Niet omdat wij tegen mensen strijden, maar omdat het evangelie en het geloof worden bestreden, zowel van godsdienstige kant als door de wereld.

Dat Epafras hier mede-krijgsgevangene wordt genoemd, past geheel in dat beeld. Kennelijk had ook hij de tegenstand ondervonden die gepaard kon gaan met het dienen van Christus. Waarom Paulus hem hier precies zo noemt, vermeldt hij niet.

Marcus
Daarna noemt Paulus Marcus. Ook hij wordt in de Kolossenzenbrief genoemd:

Kolossenzen 4 (naar ISA)
¹⁰ …Marcus, de neef van Barnabas, over wie jullie opdrachten ontvangen hebben — indien hij tot jullie komt, ontvang hem.

Marcus had een geschiedenis met Paulus. Eerder was er tussen Paulus en Barnabas zelfs onenigheid over hem ontstaan (Hand. 15:37-40). Maar later zien we dat de verhouding volledig hersteld was. Aan het einde van zijn loopbaan schrijft Paulus aan Timotheüs:

2 Timotheüs 4 (naar ISA)
¹¹ …Neem Marcus op en breng hem met je mee, want hij is voor mij zeer bruikbaar tot bediening.

Ook Marcus was dus, net als Onesimus, iemand die Paulus als bruikbaar aanduidt.

Aristarchus, Demas en Lucas
Aristarchus was een trouwe medereiziger van Paulus. We komen hem meerdere keren tegen in Handelingen (Hand. 19:29; 20:4; 27:2) en ook in Kol. 4:10. Demas wordt eveneens genoemd in Kol. 4:14. Later lezen we echter dat hij Paulus verliet:

2 Timotheüs 4 (naar ISA)
¹⁰ Want Demas verliet mij, de huidige aeon liefhebbend…

Lucas wordt door Paulus in Kol. 4:14 “de geliefde geneesheer” genoemd. Uit het boek Handelingen blijkt door de zogenoemde “wij”-gedeelten dat hij Paulus op verschillende reizen vergezelde.

Aan het einde van Paulus’ loopbaan schrijft hij:

2 Timotheüs 4 (naar ISA)
¹¹ Alleen Lucas is met mij.

Een korte lijst met namen aan het einde van Filemon geeft ons zo een inkijk in het netwerk van medewerkers rond Paulus.

genade
De brief begon met genade en eindigt met genade. Aan het begin schreef Paulus:

“Genade aan jullie en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus.” (:3)

En nu besluit hij:

“De genade van onze Heer Jezus Christus zij met jullie geest.”

Dat is karakteristiek voor Paulus’ brieven. Genade is niet alleen een groet aan het begin en einde van zijn brieven, maar vormt ook de inhoud van zijn boodschap. Juist in Filemon zien we dat op een bijzondere manier. Paulus maakt zijn verlangen duidelijk, maar dwingt Filemon niet. Hij beroept zich op liefde, geeft hem ruimte en vertrouwt erop dat Filemon uit eigen beweging het goede zal doen.

Zo eindigt deze korte brief precies zoals hij begon: met genade.