16. Filemon :20-21 Paulus’ verzoek

Paulus was zeer dankbaar voor Filemon. Hij had in zijn gevangenschap gehoord van Filemons liefde en geloof ten opzichte van de Heer Jezus en alle heiligen (:5). Uit de brief blijkt dat er een nauwe band tussen hen bestond. Ze waren niet alleen medegelovigen, maar ook met elkaar verbonden in hun dienst aan God en het evangelie (:1,7,17).

Filemon (naar ISA)
²⁰ Ja, broeder, moge ik voordeel van jou hebben in de Heer; geef mijn innerlijke gevoelens rust in Christus.
²¹ Vertrouwen hebbend in jouw gehoorzaamheid schrijf ik jou, wetend dat jij zelfs meer zult doen dan wat ik zeg.

woordspeling
Het Griekse woord onaimēn dat Paulus in vers 20 gebruikt en dat we kunnen weergeven met “moge ik voordeel hebben”, vormt een duidelijke woordspeling op de naam Onesimus. Die naam betekent immers nuttig of bruikbaar. Paulus zegt letterlijk:

“moge ik voordeel van jou hebben in de Heer.”

Het voordeel waar Paulus om vraagt, moet dus van Filemon komen. Wanneer Filemon gehoor geeft aan Paulus’ verzoek ten aanzien van Onesimus, zal Paulus daar zelf ook voordeel van hebben.

Opnieuw speelt Paulus met de naam Onesimus. De man die eens “onbruikbaar” was, is nu “zeer bruikbaar” (:11), en Paulus vraagt Filemon hem ook daadwerkelijk tot voordeel te laten zijn.

innerlijke gevoelens
Paulus gebruikt hier opnieuw een uitdrukking die we eerder in de brief tegenkwamen. In vers 7 schreef hij dat de innerlijke gevoelens van de heiligen door Filemon tot rust waren gekomen. In vers 12 noemde Paulus Onesimus zelfs “mijn innerlijke gevoelens”. Onesimus was hem zeer dierbaar geworden. Nu zegt Paulus tegen Filemon:

“geef mijn innerlijke gevoelens rust in Christus.”

Dat grijpt rechtstreeks terug op wat Paulus eerder over Filemon had gezegd. Filemon had de innerlijke gevoelens van de heiligen rust gegeven (:7); nu vraagt Paulus hem hetzelfde voor Paulus zelf te doen. En dat verzoek heeft alles te maken met Onesimus.

gehoorzaamheid
Paulus schrijft dat hij vertrouwen heeft in Filemons gehoorzaamheid. Toch had hij hem geen bevel gegeven. Integendeel, eerder had Paulus juist gezegd dat hij Filemon niet wilde bevelen, maar hem vanwege de liefde liever wilde aanspreken (:8-9).

Zijn vertrouwen in Filemons gehoorzaamheid betekent dan ook niet dat Paulus alsnog via een achterdeur een bevel oplegt. Hij vertrouwt erop dat Filemon gehoor zal geven aan zijn oproep. Dat vertrouwen is groot:

“…wetend dat jij zelfs meer zult doen dan wat ik zeg.”

Paulus schrijft niet wat dat “meer” precies inhoudt. Hij laat het aan Filemon over.

ruimte geven
Dat is kenmerkend voor de manier waarop Paulus deze hele brief schrijft. Hij maakt heel duidelijk wat zijn verlangen is, maar legt Filemon geen bindend voorschrift op. Dat zien we ook in de woordspelingen en bijna terloopse opmerkingen die door de brief heen voorkomen. In vers 19 schreef Paulus nog:

“…om maar niet tegen jou te zeggen dat jij bovendien ook jezelf aan mij verschuldigd bent.”

En nu:

“…wetend dat jij zelfs meer zult doen dan wat ik zeg.”

Paulus maakt Filemon duidelijk wat hem voor ogen staat, maar laat hem de ruimte om zelf te handelen. Dat past bij wat hij eerder schreef:

“…opdat het goede van jou niet onder dwang zou zijn, maar vrijwillig.” (:14)

Wanneer wij leven uit genade, kunnen we de ander vertellen hoe wij de dingen zien en wat ons verlangen is, zonder de ander te dwingen. We kunnen ruimte geven voor een eigen keuze. Ook wanneer de uitkomst anders is dan wij hopen, blijft God de Plaatser van alle dingen.