5. de gelijkenis van de boze wijngaardeniers (1): de wijngaard is Israël

De gelijkenissen gaan over de verborgenheden van het Koninkrijk. Maar ook over hoe en waarom de periode waarin het Koninkrijk verborgen zou zijn, tot stand is gekomen. Daar is de gelijkenis van de boze wijngaardeniers een mooi voorbeeld van.

Het is een gelijkenis met veel beeldspraak, die is gebaseerd op de Hebreeuwse geschriften. Het vergelijkingsverhaal dat Jezus vertelt, is niet erg lang, maar daarna volgt nog een gesprek met de overpriesters en farizeeën, waarin de Heer Zijn woorden tot op zekere hoogte uitlegt en dat is uniek, want dat deed Hij doorgaans alleen aan Zijn discipelen. De overpriesters hadden hierdoor in ieder geval een deel van wat Jezus zei begrepen: Hij sprak over hen (Matth. 21:45).

Mattheüs 21 ISA
33 Hoor een andere gelijkenis. Er was een zeker mens,  een huiseigenaar, die een wijngaard plantte.

een andere gelijkenis
Deze gelijkenis is onderdeel van een aantal gelijkenissen die de Heer achter elkaar uitsprak: de gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard (20:1-16), de gelijkenis van de twee zonen (21:28-32) en na het uitspreken van de gelijkenis van de boze wijngaardeniers (21:33-46), volgt nog de gelijkenis van de koninklijke bruiloft (22:1-14).

een zeker mens, een huiseigenaar
We vinden diverse gelijkenissen die beginnen met “een zeker mens” (Luk. 14:16; 15:11) of “een zeker koning” (22:2), die wordt voorgesteld als eigenaar van iets, in dit geval een wijngaard. Hier wordt hij nog nader omschreven als “huiseigenaar”, ook een term die we vaker tegenkomen in de gelijkenissen (Matth. 13:27, 51; 20:1). In beide gevallen is het een omschrijving van de Heer zelf. Hij is de eigenaar van het huis van Israël (o.a. Jer. 18:6).

wijngaard
De wijngaard spreekt dan ook van Israël. We moeten ons beseffen dat de overpriesters en farizeeën, tot wie de Heer deze gelijkenis sprak, bekend waren met de Hebreeuwse geschriften. Zij wisten dat de wijngaard een type is van Israël, omdat dit door de profeten zo gezegd wordt.

Jesaja 5 NBG
1 Ik wil van mijn geliefde zingen, het lied van mijn beminde over zijn wijngaard. Mijn geliefde had een wijngaard op een vruchtbare heuvel;
2 Hij spitte hem om, zuiverde hem van stenen, beplantte hem met edele wijnstokken, Bouwde daarin een toren en hieuw ook een perskuip daarin uit.
(…)
7 Welnu,  de wijngaard van de Here der heerscharen is het huis Israëls…