10. afstand nemen volgens Paulus: zelfs niet met zo iemand eten (slot)

In de vorige blogs zagen we dat Paulus niet oproept de man uit de ecclesia te zetten, maar de Korinthiërs wijst op hun eigen houding en op het uitzuiveren van het zuurdeeg van de valse leer. In de laatste verzen van het hoofdstuk verduidelijkt hij zijn betoog nog verder.

1 Korinthe 5 ISA
9 Ik schrijf aan jullie in de brief je niet te vermengen met ontuchtige mannen.

niet vermengen
Sommige vertalingen zeggen dat we niet zouden omgaan met ontuchtige mannen, of hoereerders. Maar het woord dat hier staat legt een ander accent. Wanneer we ons met hen vermengen, vallen verschillen weg en lijkt het of we bij elkaar horen.

Paulus heeft het hier niet over gelovigen die met hun zwakheden te kampen hebben. Eerder in de brief noemt hij de Korinthiërs nog “vleselijk” vanwege hun jaloezie en twist (1 Kor. 3:3). Hier gaat het om mensen die openlijk volharden in boosaardige en misdadige praktijken zoals ontucht, afgoderij, oplichterij en beroving. Zulke praktijken zijn onverenigbaar met het evangelie. Een gelovige zou juist  “de leer van God, onze Redder, in alles versieren” (Tit. 2:10).

10 Niet geheel en al met de ontuchtige mannen van deze wereld, of met de hebzuchtigen en roofzuchtigen of afgodendienaars, want dan waren jullie verschuldigd de wereld uit te gaan.

niet de wereld
Paulus voorkomt direct een mogelijk misverstand. Hij roept niet op alle omgang met zondaren te vermijden. Dan zouden gelovigen de wereld uit moeten gaan. Juist voor deze wereld hebben wij een evangelie. De oproep van Paulus gaat dus niet over ongelovigen, maar over iets anders. Dat maakt hij in het volgende vers duidelijk.

11 Maar nu schrijf ik aan jullie je niet te vermengen als iemand een broeder genoemd wordt, en dat hij een ontuchtige man is, of een hebzuchtige, of een afgodendienaar, of een schelder, of een dronkaard, of een roofzuchtige; met zo iemand zou je zelfs niet samen eten.

Nadat Paulus duidelijk heeft gemaakt dat hij niet spreekt over de wereld, legt hij nu uit wat hij wél bedoelt. Het gaat om iemand die een broeder genoemd wordt en tegelijkertijd openlijk volhardt in boosaardige praktijken. Niet om iemand die door zwakheid struikelt, maar om iemand die in zulke praktijken blijft leven.

zelfs niet samen eten
Paulus zegt niet dat zo iemand uit de ecclesia moet worden gezet. Hij roept wel op geen gemeenschap met hem te hebben. Daarom voegt hij eraan toe: “met zo iemand zou je zelfs niet samen eten.”

Samen eten is in de Schrift een uitdrukking van gemeenschap. Zolang iemand vasthoudt aan een levenswandel die haaks staat op het evangelie, is die gemeenschap in de praktijk verbroken. Daarmee plaatst hij zichzelf buiten die gemeenschap.

geen vijand
Dat betekent echter niet dat hij een vijand is geworden. Elders schrijft Paulus juist: “Houd hem niet voor een vijand, maar attendeer hem als een broeder” (2 Thess. 3:15). Ook hier blijft het doel niet zijn ondergang, maar zijn herstel.

12 Want wat gaat het mij aan, de buitenstaanders te oordelen? Oordelen jullie niet juist degenen, die binnen zijn?
13 God oordeelt de buitenstaanders. Doe de boosaardige uit jullie midden weg.

binnen en buiten
Paulus sluit zijn betoog af met een belangrijk onderscheid. De buitenstaanders laat hij aan Gods oordeel over. Het is nú niet aan de ecclesia om de wereld te oordelen, dat wacht voor de toekomst (1 Kor. 6:1-2).

Anders ligt het binnen de ecclesia. Daar moet onderscheid worden gemaakt tussen wat wel en niet in haar midden thuishoort. Daarom zegt Paulus: “Doe de boosaardige uit jullie midden weg.”

de ecclesia
Deze oproep moet echter gelezen worden in het licht van het hele hoofdstuk. Vanaf het begin richt Paulus zijn verwijt niet tot de man, maar tot de ecclesia. Zolang zij opgeblazen bleven en de waarheid hadden losgelaten, kon het kwaad in hun midden voortbestaan. Waar de ecclesia zich laat reinigen door de waarheid, verdwijnt ook het kwaad uit haar midden.

slotconclusie
Wanneer we alle Schriftgedeelten uit deze serie naast elkaar leggen, valt iets op. De woorden van Paulus klinken soms scherp. Hij spreekt over mijden, zich onttrekken, afwijzen en zelfs over het overleveren aan de satan. Toch is zijn doel nergens de ondergang van een mens.

Steeds opnieuw blijkt dat Paulus de waarheid wil bewaren, de ecclesia gezond wil houden en degene die afdwaalt uiteindelijk wil winnen. Zelfs in 1 Korinthe 5 eindigt zijn oordeel niet met veroordeling, maar met de woorden: “opdat de geest gered zal worden in de dag van de Heer Jezus.”

Afstand nemen is daarom bij Paulus nooit een doel op zichzelf. Het dient altijd een hoger doel: de waarheid bewaren, de eenheid van de ecclesia beschermen en uiteindelijk het herstel van mensen. Juist daarin zien we de gezindheid van Christus terug.