Als Paulus in Efeze 2:8 schrijft: “dit is een gave van God”, naar welk woord verwijst hij dan met het aanwijzend voornaamwoord dit? Verwijst hij hiermee naar: genade, gered of geloof? Of ligt het nog anders? Hieronder het vers:
Efeze 2
8 Want in genade zijn jullie gered, door geloof, en dit niet uit jullie zelf: het is een gave [letterlijk: naderingsgeschenk] van God, 9 niet uit werken, opdat niemand zich zou beroemen.
Wat is precies een gave van God? Wat is niet uit onze werken? Waarop slaat: dit niet uit jullie zelf, het is een gave van God precies?
Dit is een onzijdig woord.
- Het woord dat vertaald is met genade (charis) is een vrouwelijk woord.
- Het woord dat vertaald is met gered (sothesese) is een mannelijk woord.
- Het woord dat vertaald is met geloof (pisteos) is een vrouwelijk woord.
conclusie
Omdat touto (dit) onzijdig is, kan het niet direct naar één van de vrouwelijke woorden of het mannelijke woord verwijzen. Dat sluit uit dat Paulus alleen “gered”, alleen “genade” of alleen “geloof” bedoelt. De conclusie op puur grammaticale gronden is dan ook dat “dit” verwijst naar het hele voorgaande concept, niet naar één enkel woord.
De uitdrukking “door genade bent u gered, door geloof” vormt één geheel: genade is de bron, geloof het middel en het gered-zijn het resultaat. Zowel genade, als redding, als geloof, het zijn allemaal gaven van God. Opdat niemand zich zou beroemen!
Afbeelding door d3images on Freepik