11. de gelijkenis van de koninklijke bruiloft (3): de bruiloftszaal werd gevuld

In de vorige blog zagen we dat de oorspronkelijk geroepenen geen gehoor gaven aan de oproep van de koning. Sommigen sloegen er geen acht op, anderen mishandelden en doodden zijn slaven. Uiteindelijk volgde het oordeel en werd hun stad in brand gestoken. Daarmee werd de verwoesting van Jeruzalem in 70 na Chr. voorzegd.

Maar daarmee is de gelijkenis niet afgelopen. De bruiloft is immers gereed en Gods voornemen gaat door. Wanneer de oorspronkelijke geroepenen niet willen komen, worden de slaven eropuit gestuurd om anderen te roepen.

niet waard

Mattheüs 22 (naar ISA)
8 Toen zei hij tot zijn slaven: De bruiloft is wel gereed, maar de geroepenen waren het niet waard.

Opnieuw worden hier die eerder genoemde “geroepenen” genoemd. Het gaat nog steeds over Israël, het volk dat oorspronkelijk tot de bruiloft was geroepen. Maar nu zegt de koning dat zij het niet waard waren.

Dat betekent niet dat zij eerst door hun goede werken waardig hadden moeten worden. Uit het voorgaande blijkt waarom zij niet waard waren: zij wilden niet komen. Zij sloegen geen acht op de oproep en sommigen vervolgden en doodden zelfs de slaven die tot hen werden gezonden.

We vinden hetzelfde woordgebruik in Handelingen 13. Wanneer Paulus en Barnabas in Antiochië in Pisidië tegenstand ondervinden van de Joden, zeggen zij:

Handelingen 13 (naar ISA)
46 (…) Het was noodzakelijk dat het woord van God eerst tot jullie gesproken werd. Aangezien jullie het van je afstoten en jullie jezelf het aeonische leven niet waardig oordelen, zie, wij keren ons tot de natiën.

Ook daar zien we dezelfde volgorde. Het woord moest eerst tot Israël worden gesproken. Maar wanneer zij het van zich afstoten, gaat de boodschap naar de natiën.

de kruispunten van de wegen

9 Ga dan naar de kruispunten van de wegen, en roep er, zoveel als jullie maar vinden, tot de bruiloft.

De genodigden wilden niet komen, maar de bruiloft gaat door. Daarom krijgen de slaven een nieuwe opdracht. Zij moeten naar de kruispunten van de wegen gaan en daar roepen wie zij maar vinden. De oproep wordt daarmee veel ruimer. Eerst werden degenen geroepen die al genodigd waren. Nu luidt de opdracht eenvoudig: zoveel als jullie maar vinden.

We vinden een vergelijkbare gelijkenis in Lukas 14. Ook daar wordt een maaltijd bereid en weigeren de genodigden te komen. Uiteindelijk zegt de heer tegen zijn slaaf:

Lukas 14 (naar ISA)
23 (…) Ga uit naar de wegen en omheiningen en dwing hen binnen te komen, opdat mijn huis gevuld wordt.

Het huis moet vol worden. De weigering van de oorspronkelijke genodigden verhindert niet dat de maaltijd doorgaat.

tot alle natiën

We zouden in het uitgaan naar de wegen een verwijzing kunnen zien naar de huidige tijd, waarin het evangelie onder de natiën bekendgemaakt wordt. Maar wanneer we de gelijkenis in haar chronologische verband lezen, wijst zij vooral vooruit naar de tijd die direct aan de bruiloft voorafgaat.

De bruiloft spreekt immers van het toekomstige Koninkrijk en het nieuwe verbond. En juist vóór de komst van dat Koninkrijk zal opnieuw een boodschap over dat Koninkrijk over heel de wereld bekendgemaakt worden. Jezus zegt daarover in Zijn rede op de Olijfberg:

Mattheüs 24 (naar ISA)
14 En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele bewoonde wereld geproclameerd worden, tot een getuigenis voor alle natiën, en dan zal het einde komen.

Het einde waarvan hier gesproken wordt, is het einde van de aeon. Dat was ook waarnaar de discipelen hadden gevraagd: “Wat is het teken van Uw komst en van de voleinding van de aeon?” (Matth. 24:3). Voordat die aeon eindigt en het Koninkrijk openbaar wordt, zal het evangelie van het Koninkrijk in de gehele bewoonde wereld worden geproclameerd.

De oproep gaat dan niet meer slechts tot het land Israël, maar tot alle natiën. Dat past precies bij het beeld van de slaven die naar de wegen worden gestuurd en zoveel mogelijk mensen tot de bruiloft moeten roepen.

de 144.000
In Openbaring 7 en 14 vinden we de 144.000, die in die tijd een bijzondere taak zullen vervullen. Zij worden uit de twaalf stammen van Israël verzegeld en zullen als boodschappers worden uitgezonden. Zij verkondigen het evangelie van het Koninkrijk onder de natiën.

Hun boodschap heeft in de eerste plaats alles met Israël te maken. De Israëlieten die zich onder de volken bevinden, zullen worden opgeroepen om zich tot hun Messias te keren en terug te keren naar het land. Maar Mattheüs 24:14 zegt nadrukkelijk dat het evangelie van het Koninkrijk tot een getuigenis zal zijn voor alle natiën. De boodschap heeft dus een veel groter bereik.

Ook dat vinden we terug in de gelijkenis. De slaven krijgen niet de opdracht om op de wegen alleen naar bepaalde mensen te zoeken. Zij moeten roepen:

“…zoveel als jullie maar vinden.”

kwaden en goeden

Mattheüs 22 (naar ISA)
10 En die slaven gingen uit naar de wegen, en zij verzamelden allen die zij vonden, zowel kwaden als goeden. En de bruiloftszaal werd gevuld met hen die aan tafel aanlagen.

De opdracht van de koning was geweest om zoveel als zij maar zouden vinden tot de bruiloft te roepen (:9). Dat voeren de slaven nu ook uit. Zij maken daarbij geen onderscheid: zij verzamelen “zowel kwaden als goeden”.

Dat past bij wat we hiervoor zagen. De oproep gaat uit naar alle natiën en is niet beperkt tot degenen die oorspronkelijk tot de bruiloft waren geroepen. Wie zij op de wegen vinden, wordt geroepen.

de zaal werd gevuld
Het doel van de koning wordt bereikt:

“En de bruiloftszaal werd gevuld…”

Dat is een belangrijk gegeven in deze gelijkenis. De oorspronkelijke genodigden wilden niet komen, maar daardoor blijft de zaal niet leeg. De koning laat anderen roepen en uiteindelijk wordt de zaal gevuld. In Lukas 14 vinden we dezelfde gedachte: “opdat mijn huis gevuld wordt” (Luk. 14:23).

Daarmee wordt ook alvast de basis gelegd voor de merkwaardige uitspraak waarmee Jezus deze gelijkenis afsluit:

“Want velen zijn geroepenen, maar weinigen uitverkorenen” (:14).

Die woorden worden vaak zo uitgelegd dat er weliswaar velen worden geroepen, maar uiteindelijk slechts weinigen aan de bruiloft deelnemen. Maar dat kan moeilijk de bedoeling zijn. Jezus heeft zojuist nadrukkelijk gezegd dat de bruiloftszaal gevuld werd. Er zijn dus niet weinig geroepenen binnengekomen, maar velen.

Wie die “weinigen uitverkorenen” dan zijn, zullen we aan het einde van deze serie zien. Eerst komt de koning binnen om de gasten te bezien. En tussen al degenen die aanliggen, ziet hij één mens die geen bruiloftskleed draagt.