In de verzen waarin wordt beschreven dat Gideon een efod maakt, vinden we veel details met een verborgen betekenis. Zo wordt expliciet het gewicht van het ingezamelde goud genoemd: zeventienhonderd sikkels. Commentaren rekenen dit doorgaans om naar circa twintig kilo, maar daarmee wordt het eigenlijke accent gemist. Het gaat in de tekst niet om het gewicht, maar om het genoemde getal: 1700.
Richteren 8
26 En het gewicht van de gouden hangers die hij vroeg was duizend-en-zevenhonderd (…)
27 En Gideon maakte het tot een efod en hij zette hem neer in zijn stad, in Ofra (…)
1700
Het gewicht van zeventienhonderd sikkels vormt een verwijzing naar de opstandingsdag van Christus. Deze vond plaats op de dag van de eerstelingsschoof, dat wil zeggen op 17 Nisan. Op die dag werd het woord van God (10) aangaande de beloofde Messias volledig vervuld (10 × 10).
Daarnaast gaat het om goud, dat een edelmetaal is dat niet roest en een uitbeelding is van onvergankelijkheid: het opstandingsleven van de Eersteling Christus.
17 Nisan
Ook in andere typen vinden we verwijzingen naar de opstanding van Christus. Zo was Jozef zeventien jaar oud toen zijn vader hem uitzond om zijn broers op te zoeken (Gen.37:2). Later, wanneer Jozef inmiddels onderkoning van Egypte is, leeft Jakob nog zeventien jaar in Egypte (Gen. 47:28). Dit is een uitbeelding van een gelovig en bekeerd Israël onder het koningschap van de Messias.
De periode tussen het begin van Jozefs optreden en Jakobs verblijf in Egypte onder Jozefs heerschappij, spreekt van het ongeloof van Israël en van de huidige tijd. Het huis van Jakob meende dat Jozef dood was en had geen weet van zijn hoge positie onder de natiën. Hetzelfde thema zijn we herhaaldelijk tegengekomen in de geschiedenis van Gideon.
zondvloed en ark
Op de zeventiende dag van de zevende maand rustte de ark op het gebergte van Ararat en stond zij als het ware op uit de doodswateren van de zondvloed (Gen.8:4). Opmerkelijk is dat ook het begin van de zondvloed viel op een zeventiende dag (Gen.7:11). Zowel het aanvangspunt van het gericht als het begin van herstel en nieuw leven vallen daarmee op een zeventiende dag. Het oordeel leidt tot een nieuw begin.
Losser en losprijs
In Jeremia 32 wordt een verzegelde boekrol beschreven: de eigendomsakte van het land, waarbij het recht van lossing daadwerkelijk wordt uitgeoefend. De losprijs bedraagt zeventien zilveren sikkels (Jer. 32:8–14). Dit spreekt profetisch van de boekrol uit Openbaring 5, de eigendomsakte van het land Israël. Slechts Eén blijkt waardig om de boekrol te openen: de Leeuw uit de stam van Juda (Opb.5:5).
Het getal zeventien spreekt daarmee van de opstanding van Christus, van oordeel in de zin van rechtzetten, en van verlossing en herstel.
Ofra
Gideon plaatst de efod in Ofra, de plaats waar JAHWEH hem eerder was verschenen en waar de eik stond als symbool van Gods beloften (Richteren 6:11). Het is ook de plaats waar Gideon het altaar van Baäl en de Asjera afbrak en een nieuw altaar bouwde voor JAHWEH. Telkens zien we hier een overgang van het oude naar het nieuwe.
Gideon wordt geen koning, maar handelt priesterlijk. Daarmee vormt hij een uitbeelding van de tegenwoordige tijd, waarin Christus wel verworpen is als Koning, maar werkzaam is in een priesterlijke bediening.