In de vorige blogs hebben we gezien dat de apostelen wisten dat de christenheid in een neerwaartse spiraal zou komen, omdat men de waarheid zou loslaten. Zij waren zich dus zeer bewust van het belang om de Schriften bij elkaar te brengen en konden dat niet aan de generaties na hen overlaten.
De laatste brieven van Petrus en Paulus, namelijk 2 Petrus en 2 Timotheüs, zijn de brieven waarin de apostelen het meest wijzen op het feit dat men in het christendom al spoedig zou afwijken van de waarheid. Het zijn ook de brieven die veel belangrijke informatie bevatten met betrekking tot het completeren van de Schriften.
2 Petrus 1
12 Daarom zal ik steeds bij jullie deze dingen in herinnering te brengen, ook al weten jullie het, en zijn jullie in de tegenwoordige waarheid standvastig gemaakt.
13 Maar ik acht het rechtvaardig, zolang ik in deze tent ben, jullie op te wekken door herinnering…
Petrus wijst in de eerste verzen van 2 Petrus 1 op de positie van de gelovigen die hij aanschrijft, op de beloften van God, hun roeping en uitverkiezing. Daar zouden zij standvastig in zijn. Zolang Petrus nog leefde, zou hij zijn lezers hier steeds aan herinneren.
14 want ik weet, dat het afleggen van mijn tent spoedig komt, zoals ook onze Heer Jezus Christus mij duidelijk heeft gemaakt.
15 Maar ik zal mij beijveren dat jullie ook na mijn heengaan, bij iedere gelegenheid aan deze dingen herinnerd worden.
na Petrus’ sterven
Petrus wist dat hij spoedig zou gaan sterven. De Heer had hem dat kenbaar gemaakt (Joh. 21:18-19). Petrus zou zich beijveren, dat zijn lezers ook ná zijn sterven telkens weer aan deze dingen herinnerd zouden worden.
Later in dit gedeelte wijst Petrus op het profetische woord, de Schrift en het belang hiervan. Petrus zou zich ervoor inzetten de Schriften bij elkaar te brengen en die te completeren, zodat zijn lezers na zijn sterven ook aan zijn woorden herinnerd konden worden.
16 Want wij zijn geen in wijsheid gemaakte mythen nagevolgd, wanneer wij aan jullie de macht en de aanwezigheid (parousia) van onze Heer Jezus Christus bekend maken, maar wij zijn toeschouwers geworden van Zijn majesteit.
geen mythen
Petrus geeft aan dat zij geen in wijsheid gemaakte mythen zijn nagevolgd. Geen woorden van menselijke wijsheid (1 Kor. 2:13), die weliswaar vroom en wijs klinken, maar krachteloos zijn, omdat het niet Gods woord is. Nee, Petrus gaf het woord door van een ooggetuige, gebaseerd op wat hij gezien had!
17 Want Hij heeft van God, de Vader, eer en heerlijkheid ontvangen, wanneer een zodanige stem door de verheven heerlijkheid tot Hem kwam: Deze is mijn Zoon, de geliefde, in wie Ik een welbehagen heb.
18 En deze stem hoorden wij vanuit de hemel komen, toen wij samen met Hem op de heilige berg waren.
de verheerlijking op de berg
Petrus refereert hier aan de verheerlijking op de berg, waar hij, Jakobus en Johannes een visioen kregen van de toekomst, van de verheerlijkte Messias in Zijn Koninkrijk (Matth.17:1-9). Het woord dat in 2 Petrus 1:16 is vertaald met aanwezigheid (Grieks: parousia) wordt meestal vertaald met (weder)komst. Petrus en de anderen hadden een vooruitblik gekregen naar Zijn komst in heerlijkheid!
19 En wij hebben het profetische woord meer bevestigd, en jullie doen goed, er acht op te geven (als op een lamp, die schijnt in een groezelige plaats, totdat de dag aanbreekt, en de lichtbrenger opgaat) in jullie harten.
bevestigd
Voor het leesgemak is de tussenzin tussen haakjes gezet. Petrus spreekt over zichzelf en zijn collega apostelen en zegt wij hebben het profetisch woord, dat is bevestigd. Het profetisch woord met betrekking tot de wederkomst van Christus is aan hen bevestigd, doordat zij een voorvertoning hebben gekregen van de Heer. Wat zij uit de profeten wisten over de Messias in Zijn Koninkrijk, hadden zij in een visioen gezien bij de verheerlijking op de berg.
20 Dit eerst wetende, dat geen enkele profetie van de Schrift een eigen uitlegging heeft;
21 want nooit werd profetie voortgebracht door de wil van een mens, maar door de heilige geest gedragen, spreken mensen van Godswege.
de Schrift
Petrus wijst op de Schrift (enkelvoud) en het grote belang daarvan. Hij benadrukt dat het profetische woord uit vers 19 één geheel vormt: de Schrift. Hoewel deze bestaat uit vele geschriften, draagt zij één naam — de Schrift. Er zijn verschillende menselijke auteurs, maar slechts één Hoofdauteur, en daarom spreekt Petrus in het enkelvoud.
In dit gedeelte maakt Petrus duidelijk dat hij zich zal inspannen om ervoor te zorgen dat zijn lezers ook na zijn sterven aan deze dingen herinnerd kunnen worden. Direct hierop volgt 2 Petrus 2, waar een waarschuwing klinkt tegen valse profeten en leraren die verderfelijke ketterijen (dwaalleringen) zouden invoeren. Te midden van zulke misleidende invloeden hadden de gelovigen een betrouwbaar ijkpunt nodig. De Schrift moest als geheel door de apostelen worden samengesteld en gecompleteerd, zodat de ecclesia over een vaste norm kon beschikken — het geïnspireerde Woord van God als toetssteen tegenover elke vorm van dwaalleer.