Jezus Christus is onze Heer, de Messias en de Zoon van God. Maar we spreken zelden over Hem als de Uitverkorene, terwijl de Schrift Hem meerdere keren zo noemt. Al in de Hebreeuwse Tenach wordt Hij als zodanig aangekondigd.
Jesaja 42 HSV
1 Zie, Mijn Knecht, Die Ik ondersteun, Mijn Uitverkorene, in Wie Mijn ziel een welbehagen heeft; Ik heb Mijn Geest op Hem gelegd. Hij zal tot de heidenvolken het recht doen uitgaan.
vervulling in het Nieuwe Testament
Deze profetie wordt in het Nieuwe Testament rechtstreeks op Jezus toegepast.
Mattheüs 12 ISA
17 opdat het woord vervuld zou worden, dat uitgesproken werd door de profeet Jesaja, toen hij zei:
18 Zie, Mijn jongen, die Ik uitverkoren heb, Mijn Geliefde, in Wie mijn ziel een welbehagen heeft; Ik zal Mijn geest op Hem plaatsen, en Hij zal aan de natiën oordeel verkondigen.
Ook in het Lukas-evangelie wordt Jezus expliciet “de Uitverkorene” genoemd.
Lukas 9 ISA
35 En een stem kwam vanuit de wolk, die zei: Deze is mijn Zoon, de Uitverkorene, luister naar Hem!
Sommige handschriften hebben hier “de geliefde Zoon”, maar andere lezen expliciet “de Uitverkorene”.
Lukas 23 ISA
35 En het volk stond erbij, en zag het aan. En ook de oversten hoonden, samen met hen, en zij zeiden: Anderen redt Hij, laat Hij nu zichzelf redden, indien Hij de Christus van God is, de Uitverkorene!
Ook Petrus spreekt over Christus als de Uitverkorene. Wanneer hij Jesaja 28:16 aanhaalt, past hij deze profetie rechtstreeks op Hem toe.
1 Petrus 2 ISA
4 naar Wie jullie toekomen, de levende Steen, door mensen wel verworpen, maar door God uitverkoren, en in ere gehouden.
(…)
6 Daarom is het omvat in het schriftwoord: Zie, Ik leg in Sion een uitverkoren en in ere gehouden Hoeksteen, en wie zijn geloof op Hem vestigt, zal absoluut niet te schande gemaakt worden.
waartoe is Christus uitverkoren?
Dat Christus Gods Uitverkorene wordt genoemd, betekent niet dat Hij uitverkoren is tot redding, zoals het begrip uitverkiezing vaak wordt opgevat. Hij werd door God uitgekozen en aangesteld voor een unieke taak binnen Gods plan. Hij is de Messias, de Zoon van God, de Koning van Israël, de Middelaar tussen God en mensen, het Hoofd van de ecclesia en Degene door Wie God Zijn voornemen met hemelen en aarde zal realiseren.
alle lijnen komen samen in Christus
Opmerkelijk is dat de uitverkiezing van Abraham, Israël, David, de twaalf, enz. uiteindelijk allemaal naar Christus verwijzen. Alle lijnen van uitverkiezing vinden hun vervulling in Hem. Hij is niet slechts één van de uitverkorenen, maar de centrale Uitverkorene in Gods plan.
Adam geschapen in Gods beeld
Van Adam wordt gezegd dat hij “naar Gods beeld “ werd geschapen” (Gen. 1:27). Vaak wordt hieruit geconcludeerd dat ieder mens beeld van God is. Maar dit is slechts voorbehouden aan “de mens Christus Jezus” (1 Tim. 2:5). Hij is het beeld van God (Kol. 1:15). Als ieder mens beeld van God zou zijn, zou de uitspraak dat Christus “het beeld van de onzichtbare God” is (2 Kor. 4:4; Kol.1:15) haar bijzondere betekenis verliezen.
Letterlijk staat er in Genesis 1:27 dat God Adam “in Zijn beeld” schiep. Toen God Adam schiep, had Hij Zijn Zoon als het ware al “in beeld”. Adam was immers een type van Hem die komen zou (Rom. 5:14). Zoals Adam aan het hoofd staat van de oude mensheid, zo staat Christus aan het hoofd van een nieuwe mensheid. Door de ene mens Adam kwamen zonde en dood de wereld binnen, maar door de ene mens Jezus Christus komen rechtvaardiging en leven (Rom. 5:12,17).
God maakt geen fouten
Adam was geen mislukking van Gods plan. Vanaf het begin stond hij in dienst van Gods voornemen met Christus. Ook zonde en dood kwamen niet buiten Gods plan om de wereld binnen, maar vormen de donkere achtergrond waartegen Gods genade, liefde en leven in Christus openbaar worden. De eerste Adam verwijst naar de laatste Adam. Wat door de eerste mens verloren ging, wordt door de laatste Adam niet slechts hersteld, maar in heerlijkheid overtroffen. Christus is Gods Uitverkorene bij uitstek, door Wie uiteindelijk alle andere zegeningen tot stand komen.
Wanneer de Schrift over uitverkiezing spreekt, is Christus daarom de eerste en voornaamste Uitverkorene. Alle andere uitverkorenen ontlenen hun plaats aan Hem:
– Abraham werd uitverkoren opdat in zijn zaad alle geslachten van de aardbodem gezegend zouden worden (Gen.12:3). Paulus zegt dat dit Zaad Christus is (Gal.3:16).
– Israël is uitverkoren in relatie tot Hem.
– David werd uitverkoren als koning en is een voorafschaduwing van Hem.
– De twaalf werden door Hem uitgekozen als apostelen en zullen in de wedergeboorte op twaalf tronen zitten om de twaalf stammen van Israël te richten (Mat.19:28; Luk.22:30).
– De ecclesia is uitverkoren in Hem (Ef.1:4) om als het lichaam van Christus Zijn complement te zijn en om uiteindelijk het heelal aan Hem te onderschikken (Ef.1:10; 22-23; 3:10; Fil.3:21).
Alle uitverkiezingen in de Schrift vinden hun oorsprong, doel en vervulling in Hem. Christus is daarom de centrale Uitverkorene in Gods voornemen. Hij werd niet uitverkoren ten koste van anderen, maar ten behoeve van anderen. God stelde Hem aan, opdat door Hem Israël gezegend zou worden, de natiën tot God zouden komen en uiteindelijk het al met God verzoend zou worden (Kol.1:20).
Uitverkiezing is exclusief in de keuze, maar inclusief in haar doel.