In de vorige blog zagen we dat Paulus zijn eerste brief aan Timotheüs begint met een waarschuwing tegen hen die van de gezonde leer afwijken. Vervolgens moedigt hij Timotheüs aan de goede strijd te strijden, met geloof en een goed geweten.
nadruk
Het accent op gezond onderwijs en gezonde woorden vinden we door heel de brief. Ook in het laatste hoofdstuk keert dit onderwerp terug. Opnieuw waarschuwt Paulus voor hen die een andere leer onderwijzen en zich niet voegen naar de gezonde woorden van onze Heer Jezus Christus (1 Tim. 6:3). Pas daarna roept hij Timotheüs op de voortreffelijke strijd van het geloof te strijden. Net als in hoofdstuk 1 staat ook hier de gezonde leer centraal.
de gezonde woorden van onze Heer Jezus Christus
De uitdrukking “de gezonde woorden van onze Heer Jezus Christus” verwijst hier niet naar de woorden die Jezus tijdens Zijn aardse bediening tot Israël sprak, maar naar het onderwijs dat de verheerlijkte Heer aan Paulus heeft toevertrouwd. Dat blijkt uit de context. Paulus spreekt hier immers over het onderwijs dat hijzelf geeft (1 Tim. 6:3). Bovendien heeft hij dit evangelie rechtstreeks ontvangen van de opgewekte Christus (Hand. 26:16; Gal. 1:12,15-17).
1 Timotheüs 6 ISA
12 Strijd de voortreffelijke strijd van het geloof…
Hier is voor de tweede keer in deze brief sprake van de voortreffelijke strijd, hoewel het woord dat hier vertaald is met strijd een ander woord is dan in 1 Timotheüs 1:18. Daar ging het om het dienen als soldaat (strateia). Hier gebruikt Paulus het woord agōn, waarvan ons woord agonie is afgeleid. Het duidt op een wedstrijd of worstelstrijd waarbij volharding en uithoudingsvermogen centraal staan. Ook in de 2e Timotheüs brief gebruikt Paulus het beeld van een soldaat en een atleet (2 Tim. 2:3-5).
het geloof
Wat de voortreffelijke strijd inhoudt staat er meteen achter, het is de voortreffelijke strijd van het geloof. In de Timotheüs brieven heeft “het geloof” meestal niet de betekenis van het persoonlijke geloofsvertrouwen, maar van datgene wat geloofd wordt: het evangelie en de gezonde leer. Dat blijkt uit de vele plaatsen waar Paulus spreekt over afvallen van het geloof, afdwalen van het geloof of afwijken van het geloof (1 Tim. 4:1; 6:10, 21; 2 Tim. 3:8).
De goede strijd van het geloof is daarom de strijd om trouw te blijven aan het onderwijs dat Paulus heeft ontvangen en doorgegeven. Dat vraagt vanzelfsprekend ook persoonlijk geloof. Alleen wie zelf gelooft wat God gesproken heeft, zal daaraan vasthouden.
zielenstrijd?
De goede strijd van het geloof is dus niet de strijd om tot geloof te komen, maar de strijd om vast te houden aan wat God heeft gesproken. Veel wat men “zielenstrijd” noemt, wordt ten onrechte gezien als strijd van het geloof. Denk aan de vertwijfelde vragen als: is Christus wel voor mij gestorven? Is Hij mijn Heer? Of is Hij wel mijn Redder?
Christus stierf voor de zonden van de gehele wereld (1 Tim. 2:6; 1 Joh. 2:2) en is de Redder van de wereld en alle mensen (Joh. 4:42; 1 Tim. 4:10). Het geloof zegt amen op wat God heeft gesproken. Wie daaraan twijfelt, voert niet de strijd van het geloof, maar geeft uiting aan ongeloof.
staan
Een gelovige krijgt te maken met tegensprekers (Tit. 1:9), misleiding en overlevering van mensen (Kol. 2:8) en allerlei wind van leer (Ef. 4:14). De goede strijd van het geloof is om je daardoor niet te laten afbrengen van wat God heeft gesproken, maar vast te houden aan Zijn woord en daarop te blijven staan.