10. de gelijkenis van de koninklijke bruiloft (1): zij wilden niet komen

In de vorige blogs hebben we een aantal gelijkenissen besproken die de Heer vertelt in de laatste dagen voordat Hij wordt gekruisigd. We zagen de gelijkenis van de twee zonen en die van de boze wijngaardeniers. Beide gelijkenissen spreken over de ongehoorzaamheid van Israël en in het bijzonder van de godsdienstige leiders.

De gelijkenis die daarop volgt, die van de koninklijke bruiloft, staat dan ook niet op zichzelf. Opnieuw worden dienaren uitgezonden, opnieuw worden zij verworpen en gedood en opnieuw volgt er oordeel. Maar deze gelijkenis gaat verder en laat ook zien wat er daarna gebeurt. Anderen worden geroepen en de bruiloftszaal wordt gevuld.

Jezus antwoordde

Mattheüs 22 (naar ISA)
1 En Jezus antwoordde, en Hij sprak weer tot hen, in gelijkenissen, en Hij zei:

Dat deze gelijkenis direct aansluit op de voorgaande, blijkt al uit de eerste woorden: Jezus antwoordde. Aan het einde van hoofdstuk 21 hadden de overpriesters en farizeeën begrepen dat Jezus in de gelijkenis van de boze wijngaardeniers over hen sprak. Zij wilden Hem grijpen, maar vreesden de menigte (21:45-46). Daarop antwoordt Jezus en spreekt opnieuw tot hen in gelijkenissen. De gelijkenis van de koninklijke bruiloft is dus een reactie op hun afwijzing.

rode lijn
Er loopt een duidelijke lijn door deze gelijkenissen. Bij de arbeiders in de wijngaard zagen we dat laatsten eersten worden en eersten laatsten. Bij de twee zonen gingen degenen die aanvankelijk “nee” zeiden uiteindelijk degenen voor die “ja” zeiden. En bij de boze wijngaardeniers werd het Koninkrijk van de oorspronkelijke beheerders weggenomen en aan een andere natie gegeven. In deze gelijkenis zien we opnieuw dat de oorspronkelijke geroepenen hun plaats niet innemen en anderen worden geroepen.

het Koninkrijk van de hemelen

2 Het Koninkrijk van de hemelen is gelijk aan een mens, een koning, die voor zijn zoon een bruiloft maakte.

Zoals we aan het begin van deze serie zagen, spreken de gelijkenissen over de geheimen of verborgenheden van het Koninkrijk van de hemelen (Matth. 13:11). Het Koninkrijk was aan Israël aangekondigd en de Koning was gekomen, maar Hij werd verworpen. Daarom zou het Koninkrijk niet op dat moment openbaar worden. De gelijkenissen maken bekend hoe het met het Koninkrijk zou gaan in de tijd dat het nog verborgen is. Ook deze gelijkenis moeten we vanuit dat uitgangspunt lezen.

Het beeld is eenvoudig. Er is een koning die voor zijn zoon een bruiloft bereidt. De koning stelt God voor en de zoon is Christus. In de vorige gelijkenis stuurde de eigenaar van de wijngaard uiteindelijk zijn zoon naar de landbouwers. Zij zeiden: “Deze is de erfgenaam”, en doodden hem (21:37-39). Hier gaat het opnieuw over die Zoon, maar nu wordt voor Hem een bruiloft bereid.

een bruiloft
Waarom wordt het toekomstige Koninkrijk voorgesteld als een bruiloft? Het beeld van een huwelijk loopt als een rode draad door de Schrift. Het verbond dat JAHWEH met Israël sloot, wordt namelijk voorgesteld als een huwelijksverbond. JAHWEH is de Man van Israël:

Jesaja 54 (naar ISA)
5 Want jouw Maker is jouw Man, JAHWEH van de legermachten is Zijn Naam.

Israël is de vrouw. Wanneer het volk andere goden achternagaat, wordt dat dan ook beschreven als echtbreuk. Jeremia zegt bijvoorbeeld:

Jeremia 3 (naar ISA)
20 Zeker, zoals een vrouw trouweloos weggaat van haar metgezel, zo hebben jullie trouweloos tegen Mij gehandeld, huis van Israël, zegt JAHWEH.

Het oude verbond was dus een huwelijksverbond tussen JAHWEH en Israël. Maar Israël was ontrouw aan haar Man en het verbond werd verbroken. Toch is dat niet het einde van de geschiedenis. De profeten kondigen een nieuw verbond aan. Ook dat nieuwe verbond wordt beschreven in termen van een huwelijk. Hosea zegt over Israël:

Hosea 2 (naar ISA)
19 En Ik zal jou voor Mij tot bruid nemen voor de aeon, en Ik zal jou voor Mij tot bruid nemen in rechtvaardigheid en in recht, en in goedertierenheid en in ontfermingen.
20 En Ik zal jou voor Mij tot bruid nemen in trouw, en jij zult JAHWEH kennen.

Jesaja gebruikt hetzelfde beeld en zegt dat zoals een bruidegom zich verheugt over zijn bruid, zo God Zich over Israël zal verheugen (Jes. 62:4-5). De bruiloft in de gelijkenis wijst daarmee op het toekomstige herstel van Israël en de totstandkoming van het nieuwe verbond. Dan zal ook het Koninkrijk waarvan de profeten hebben gesproken openbaar worden. In de Schrift vinden we het beeld van de bruiloft dan ook op verschillende plaatsen in verband met die toekomstige tijd.

de geroepenen

Mattheüs 22 (naar ISA)
3 En hij stuurde zijn slaven, om degenen die geroepen waren tot de bruiloft te roepen, en zij wilden niet komen.

De meeste vertalingen spreken hier over “genodigden”, maar letterlijk staat er geroepenen. Dat woord is belangrijk, omdat het aan het einde van de gelijkenis terugkomt: “Want velen zijn geroepenen, maar weinigen uitverkorenen” (:14).

Bovendien staat er iets opmerkelijks. De slaven worden eropuit gestuurd om de geroepenen te roepen. Zij waren dus al genodigd en worden nu geroepen om daadwerkelijk naar de bruiloft te komen.

Wie deze geroepenen zijn, is vanuit de context niet moeilijk vast te stellen. Het gaat om Israël. Zij waren het volk waarmee JAHWEH Zijn verbond had gesloten en aan wie de beloften van het Koninkrijk waren gegeven. Paulus zegt dat van de Israëlieten “de verbonden en de wetgeving en de eredienst en de beloften” zijn (Rom. 9:4).

Eeuwenlang had God Zijn profeten tot het volk gezonden. En toen de tijd gekomen was, klonk de concrete oproep dat het aangekondigde Koninkrijk nabij was gekomen. Johannes de Doper verkondigde:

“Bezin je, want het Koninkrijk van de hemelen is nabijgekomen” (Matth. 3:2).

Later verkondigde Jezus precies dezelfde boodschap (Matth. 4:17). De Koning bevond Zich te midden van Zijn volk. Wat eeuwenlang was beloofd, was nabijgekomen.

zij wilden niet komen
Maar de geroepenen geven geen gehoor aan de oproep:

“…en zij wilden niet komen.”

Opnieuw zien we hier dezelfde lijn als in de voorgaande gelijkenissen. De tweede zoon zei dat hij de wil van zijn vader zou doen, maar deed het niet. De landbouwers mishandelden de dienaren die tot hen werden gezonden en doodden uiteindelijk zelfs de zoon van de eigenaar. En hier worden degenen die reeds tot de bruiloft waren geroepen opgeroepen om te komen, maar zij willen niet.

Dat laatste is veelzeggend. Er staat niet dat zij de uitnodiging niet begrepen of dat zij niet konden komen. Zij wilden niet. Het Koninkrijk was aangekondigd, de Koning was gekomen en zij werden geroepen om Hem te ontvangen, maar Israël, en in het bijzonder de leiders van het volk, wees Hem af.

Toch eindigt Gods roep tot Israël daar niet. De koning stuurt opnieuw andere slaven uit. Zelfs nadat de Zoon verworpen is, blijft de oproep klinken: alles is gereed, kom naar de bruiloft. Dat zullen we in de volgende blog zien.