6. Filemon :2 huisgemeente?

De brief is weliswaar in de eerste plaats gericht aan Filemon, maar daarnaast worden ook Apfia en Archippus genoemd. En daar komt nog bij dat Paulus schrijft:

Filemon (naar ISA)
2 …en aan de ecclesia in jouw huis.

Blijkbaar kwam er dus een ecclesia samen in het huis van Filemon. Gezien de nauwe verbinding tussen de brieven aan Filemon en de Kolossenzen ligt het voor de hand dat dit in Kolosse was, al wordt dat in de brief zelf niet uitdrukkelijk gezegd.

huisgemeente?
Zo’n samenkomst als hier wordt beschreven, zou men tegenwoordig vaak een huisgemeente noemen. Daarmee bedoelt men dan een gemeente die bij iemand thuis samenkomt. De Schrift gebruikt huisgemeente echter niet als een aparte categorie. Paulus spreekt eenvoudig over “de ecclesia in jouw huis”. Ook op andere plaatsen lezen we over een ecclesia die in een huis samenkwam (Rom. 16:5; 1 Kor. 16:19; Kol. 4:15).

Dat zegt in de eerste plaats iets over de plaats van samenkomst. Er was geen speciaal kerkgebouw nodig. Gelovigen kwamen bijeen en daarvoor werd bijvoorbeeld een huis gebruikt.

ecclesia
Het Griekse woord ecclesia betekent een vergadering of samenkomst. Dat blijkt ook heel duidelijk uit het gebruik van het woord buiten de brieven van Paulus.

In Hand. 7:38 wordt het gebruikt voor de vergadering van Israël in de woestijn. En in Hand. 19:32,39 en 41 wordt hetzelfde woord gebruikt voor een volksvergadering in Efeze. In het laatste geval gaat het zelfs om een vergadering die niets met gelovigen te maken heeft. Het woord zelf zegt dus in de eerste plaats dat mensen bijeen zijn gebracht: het is een vergadering.

de ecclesia van God
Wanneer Paulus over gelovigen spreekt, gebruikt hij datzelfde woord voor de ecclesia van God (1 Kor. 1:2; 1 Tim. 3:5). En hij maakt bekend dat de ecclesia het lichaam van Christus is:

“…en Hij gaf Hem als Hoofd boven alles aan de ecclesia, die Zijn lichaam is…” (Ef. 1:22-23)

Dat lichaam bestaat uit alle gelovigen die in Christus één zijn. Tegelijk gebruikt Paulus het woord ecclesia ook voor gelovigen die op een bepaalde plaats bijeenkomen. Zo schrijft hij bijvoorbeeld aan “de ecclesia van God die in Korinthe is” (1 Kor. 1:2) en lezen we hier over “de ecclesia in jouw huis”.

Hetzelfde woord kan dus zowel het geheel aanduiden als een concrete vergadering van gelovigen op een bepaalde plaats.

dé ecclesia
In het christendom spreekt men van allerlei verschillende gemeenten. Men sticht een organisatie en noemt die vervolgens een gemeente of kerk, vaak voorzien van een nadere aanduiding: een evangelische gemeente, een baptistengemeente, enzovoort.

Maar zo wordt de ecclesia in de Schrift niet voorgesteld. Zij ontstaat niet doordat mensen een organisatie oprichten en daar vervolgens een naam aan geven. Een ecclesia is een vergadering, een samenkomst van mensen die bijeenkomen.

Dat zien we ook hier. Gelovigen kwamen samen in het huis van Filemon en Paulus noemt hen eenvoudig: “de ecclesia in jouw huis”. Niet een bijzondere soort ecclesia en ook niet een organisatie naast andere organisaties, maar eenvoudig de ecclesia die daar bijeenkwam.

Waar gelovigen bijeen worden gebracht rond Christus en Zijn woord, daar is de ecclesia. Niet het gebouw, de naam of de organisatievorm bepaalt dat, maar degenen die bijeenkomen en behoren tot het ene lichaam waarvan Christus het Hoofd is.

het deel en het geheel
Een plaatselijke samenkomst bestaat vanzelfsprekend nooit uit alle leden van het lichaam van Christus. Toch behoren degenen die daar bijeenkomen niet tot een ander lichaam of een andere ecclesia. Zij behoren tot die ene ecclesia die Zijn lichaam is.

Dat maakt zo’n eenvoudige bijeenkomst in een huis niet minderwaardig. De omvang, het gebouw of de organisatorische vorm geeft haar geen betekenis. Die betekenis ligt in Christus, het Hoofd, aan Wie alle leden van Zijn lichaam verbonden zijn.