Daniël 9:24–27 bevat een van de meest indrukwekkende en tegelijk meest besproken profetieën van de Schrift: de zeventig weken van Daniël. Wat is de aanleiding van deze profetie? Waar ligt het startpunt? Gaat het om één ononderbroken tijdvak, of ligt er, zoals velen menen, een breuklijn in? Oftewel: is de zeventigste week nog toekomstig, of reeds vervuld? En wat betekent het dat de zeventig weken eindigen met het verzegelen van gezicht en profetie?
Wie bereid is vertrouwde opvattingen opnieuw aan de Schrift te toetsen, zal ontdekken dat dit gedeelte een verrassend ander licht werpt op de profetie dan vaak wordt gedacht.
1. de zeventig weken van Daniel – inleiding
Wat was de aanleiding tot Daniëls profetie over de zeventig weken? Hoe is dit direct gekoppeld aan de cycli van de jaarsabbatten? En welke rol spelen jubeljaren daarin? Als de zeventig weken beginnen waar de zeventig jaren van Jeruzalems verwoesting eindigen, wat hebben die twee dan met elkaar te maken.
2. de zeventig weken van Daniel – vers 24
De zeventig weken worden onderverdeeld in diverse perioden, maar toch blijkt het een onverbrekelijke eenheid te zijn. De termijn die wordt gesteld blijkt zowel in tijd alsook in ruimte bepaald. De weken leiden met een zesvoudige doelstelling onmiskenbaar naar de komst van de Messias. maar beslist niet naar het Messiaanse rijk.
3. de zeventig weken van Daniel – vers 25
De termijn van de zeventig weken heeft een uitdrukkelijk einde, maar ook een wel gedefinieerd begin: het woord dat uitging om Jeruzalem te herstellen. Vervolgens wordt de termijn onderverdeeld in respectievelijk zeven en tweeënzestig weken. De eerste fase eindigt in de voltooiing van de herbouw van de stad en tweede fase brengt ons bij het zich aandienen van de Messias, vorst.
4. de zeventig weken van Daniel – vers 26
De Messias die zou komen wordt bepaald niet door zijn volk enthousiast begroet. Integendeel, Hij wordt uitgeroeid zonder te hebben wat Hem als vorst toekomt: heerschappij. Om die reden wordt het volk van de komende vorst verantwoordelijk gehouden voor de verwoesting van stad en heiligdom. Tot de voleinding aan toe is verwoesting vastbesloten en zal oorlog het dominante decor van de stad zijn.
5. de zeventig weken van Daniel – vers 27
Vers 27 gaat specifiek in op de beschrijving van de laatste jaarweek – de zeven jaren dat de komende vorst, de Messias het nieuwe verbond zal bekrachtigen. Eerst drie en half jaar tot aan zijn dood en opstanding, waarmee Hij de hele OT-ische offerdienst ophief. Daarna nog eens drie en half jaar tot aan de dood van Stefanus. Dat moment markeert het einde van de bekrachtiging van het nieuwe verbond voor Jeruzalem. Dat is tevens het moment dat Saulus van Tarsus van achter de coulissen als vervolger tevoorschijn komt. Omstreeks een jaar later wordt hij geroepen om apostel van de natiën te worden. Het jaar 34 AD – het jubeljaar 4000 AH.