4. de 70 weken van Daniël: zeventig weken van jaren

In de vorige blog zagen we dat Daniël zich bezighield met de zeventig jaren die Jeremia had voorzegd. Deze zeventig jaar waren niet zomaar een willekeurige periode. Het land kreeg gedurende deze jaren de sabbatten vergoed die het tijdens Israëls verblijf in het land niet had gekregen.

Juist wanneer deze zeventig jaar ten einde lopen, verschijnt Gabriël aan Daniël en maakt hem opnieuw een periode van “zeventig” bekend:

Daniël 9 (naar ISA)
24 Zeventig weken wordt bepaald over jouw volk en over jouw heilige stad…

Wat zijn deze “weken” en hoe moeten we ermee rekenen?

zevens
Het Hebreeuwse woord dat in Daniël 9 met “weken” wordt vertaald, is shavua. Het woord is afgeleid van het Hebreeuwse woord voor zeven en duidt op een zevental. Een week is immers niets anders dan een periode van zeven.

Dat betekent echter niet dat het hier om gewone weken van zeven dagen gaat. Uit de profetie zelf blijkt al dat dit onmogelijk de bedoeling kan zijn. Gabriël spreekt over gebeurtenissen die zich uitstrekken vanaf het herstel en de bouw van Jeruzalem tot aan de komst en het afsnijden van de Messias. Dat kan onmogelijk binnen zeventig gewone weken, nog geen anderhalf jaar, plaatsvinden.

Het gaat hier om zevens van jaren, oftewel jaarweken. Eén week staat voor een periode van zeven jaar.

sabbatten van jaren
Dat rekenen met perioden van zeven jaar is ook niet iets nieuws dat pas in Daniël wordt geïntroduceerd. Israël kende deze tijdrekening al vanuit de wet. In de vorige blog zagen we dat ieder zevende jaar een sabbat voor het land was.

In Leviticus 25 vinden we vervolgens zeven van zulke perioden van zeven jaar bij elkaar:

Leviticus 25 (naar ISA)
8 En jij telt voor jezelf zeven sabbatten van jaren, zeven jaren zeven keer, en de dagen van de zeven sabbatten van jaren zullen voor jou negenenveertig jaar zijn.

Hier vinden we precies het principe van een jaarweek. Zoals zeven dagen een week vormen, vormen zeven jaren een “sabbat van jaren”. Zeven van zulke perioden leveren zeven maal zeven, oftewel 49 jaar op.

Deze achtergrond is van belang wanneer Gabriël tegen Daniël spreekt over zeventig “zevens”. Daniël hoefde niet te raden wat daarmee werd bedoeld. De wet kende een tijdrekening waarin jaren in zeventallen werden gerekend.

zeven, tweeënzestig en één
Gabriël verdeelt de zeventig jaarweken vervolgens in verschillende delen. Eerst worden zeven weken genoemd, daarna tweeënzestig weken:

Daniël 9 (naar ISA)
25 En jij zal weten en verstandig zijn: vanaf het uitgaan van het woord om terug te doen keren en om Jeruzalem te bouwen, tot Messias, Vorst, zeven weken en tweeënzestig weken…

Zeven plus tweeënzestig is 69 weken. In het volgende vers lezen we wat er na deze 62 weken gebeurt en in vers 27 vinden we vervolgens nog één week. Zo wordt de totale periode van zeventig weken verdeeld in:

7 weken
62 weken
1 week

totaal: 70 weken

Omdat het jaarweken zijn, ligt de gebruikelijke rekensom voor de hand:

70 × 7 jaar = 490 jaar

En toch zagen we eerder in deze serie dat de periode vanaf Kores tot Christus binnen de Bijbelse chronologie vijfhonderd jaar beslaat. Hoe kan een profetie van zeventig jaarweken dan een periode van vijfhonderd jaar omvatten?

zeven jaarweken
De sleutel ligt in de eerste periode die Gabriël noemt: zeven weken. Zeven jaarweken zijn zeven maal zeven jaar:

7 × 7 = 49 jaar

Dat getal kwamen we zojuist ook tegen in Leviticus 25. Maar de telling houdt daar niet op. Na deze 49 jaar volgt namelijk een bijzonder jaar:

Leviticus 25 (naar ISA)
10 En jullie zullen het jaar, het vijftigste jaar, heiligen…
11 Een jubeljaar zal dit, het vijftigste jaar, voor jullie zijn.

Na zeven jaarweken komen we dus bij het vijftigste jaar, het jubeljaar.

Daarmee komen we bij een belangrijke vraag. Als zeven jaarweken 49 jaar zijn, hoe moeten we dan het vijftigste jaar rekenen? Is het jubeljaar tegelijk het eerste jaar van een volgende cyclus, zodat iedere cyclus 49 jaar duurt? Of is het vijftigste jaar werkelijk een afzonderlijk jaar, zodat een volledige jubeljaarcyclus vijftig jaar beslaat?

Het antwoord op die vraag is van groot belang voor de zeventig jaarweken van Daniël.