De term “de goede strijd” vinden we alleen in de brieven van Paulus aan Timotheüs. In deze brieven legt Paulus sterk de nadruk op het vasthouden aan en doorgeven van gezonde woorden en gezond onderwijs (1 Tim. 1:10, 6:3; 2 Tim. 1:13, 4:3). We zullen in deze serie nog zien dat Paulus deze brieven schreef aan het einde van zijn leven en dat hij als het ware zijn nalatenschap overdraagt aan Timotheüs.
1 Timotheüs 1 ISA
18 Deze opdracht vertrouw ik jou toe, kind Timotheüs, in overeenstemming met de voorgaande profetieën over jou, opdat jij daarin de voortreffelijke strijd zal voeren.
de opdracht aan Timotheüs
Met “deze opdracht” refereert Paulus aan het voorgaande. Meteen bij aanvang van de brief brengt Paulus Timotheüs in herinnering om in Efeze te blijven, met als doel aan sommigen de opdracht te geven geen andere leer te onderwijzen (vers 3). Sommigen waren afgeweken, een ontwikkeling die zich zou voortzetten en die we door heel de brieven aan Timotheüs vinden (1 Tim. 5:15; 2 Tim.. 3:1-4; 2 Tim. 4:3).
Over Timotheüs waren profetieën uitgesproken dat hij standvastig zou zijn in het onderwijs en de goede strijd zou strijden. Ook later in deze brief refereert Paulus hieraan als hij zegt dat aan Timotheüs deze genadegave was gegeven door profetie met oplegging van handen van enkele ouderen (1 Tim. 4:14).
Uit deze profetieën kunnen we afleiden dat zij niet alleen betrekking hadden op wie Timotheüs was, maar ook op wie hij zou zijn. Blijkens deze profetieën was voorzegd dat Timotheüs de gezonde leer zou uitdragen en de voortreffelijke strijd zou voeren. Als een vader tot zijn kind (vers 2) herinnert Paulus Timotheüs hieraan.
de voortreffelijke strijd
Paulus moedigt Timotheüs aan de voortreffelijke strijd te strijden. Meestal wordt dit vertaald met “de goede strijd”, maar het woord dat hier gebruikt wordt reikt verder dan goed. Het gebruikte woord spreekt over iets dat voortreffelijk of ideaal is. Het is niet zomaar een goede strijd, maar een voortreffelijke strijd. In de context blijkt dat deze strijd alles te maken heeft met het vasthouden aan de gezonde leer.
als soldaat dienen
Opvallend is dat Paulus hier een ander woord voor “strijd” gebruikt dan in 1 Timotheüs 6:12 en 2 Timotheüs 4:7. Hier staat het werkwoord strateia, dat letterlijk “als soldaat dienen” of “krijgsdienst verrichten” betekent. Het is afgeleid van het Griekse woord voor “leger” (stratos), waarvan ook ons woord strategie is afgeleid. Paulus gebruikt hier dus het beeld van een soldaat die zijn opdracht trouw uitvoert. Wie vasthoudt aan de gezonde leer krijgt onvermijdelijk te maken met strijd. Niet omdat we die strijd zoeken, maar omdat we worden bestreden. Paulus legt direct uit hoe deze strijd wordt gevoerd.
18 …opdat jij daarin de voortreffelijke strijd zal voeren.
19 geloof hebbend en een goed geweten. Omdat sommigen dit verstoten, lijden zij wat betreft het geloof schipbreuk.
geloof en een goed geweten
De strijd kan alleen voortreffelijk worden gestreden “met geloof en een goed geweten”. De gelovige zou in geloof vasthouden aan het onderwijs dat Paulus leert en daar niet vanaf wijken. De goede strijd is vasthouden aan gezonde woorden (1 Tim. 6:3; 2 Tim. 1:13) en niet te vertrouwen op menselijke redeneringen en overleveringen. De goede strijd is geloven wat God gesproken heeft.
schipbreuk lijden
Het Griekse woord voor “geweten” is suneidesis en betekent letterlijk samen-weten. Het is een “ingeschapen” besef dat de mens deelt met God en daardoor kennis heeft van goed en kwaad. Met ons geweten kan van alles aan de hand zijn. Het kan bezoedeld (1 Kor. 8:7) of zwak zijn (1 Kor. 8:10) en zelfs dichtgebrand (1 Tim. 4:2).
Maar dat neemt niet weg dat ieder mens geacht wordt te handelen overeenkomstig het getuigenis van zijn geweten (Rom.2:15). Wie zijn goede geweten naast zich neerlegt, zal vroeg of laat ook wat het geloof betreft schipbreuk lijden. Paulus legt tussen beide een rechtstreeks verband.
De goede strijd begint met trouw aan Gods woord. Wie vasthoudt aan het geloof en een goed geweten, voert de voortreffelijke strijd. Dat is de oproep waarmee Paulus Timotheüs zijn bediening laat beginnen.