Richteren 8:32-35 Gideons dood (slot)

In de slotverzen van de geschiedenis van Gideon lezen we dat Gideon sterft en dat het volk opnieuw vervalt in afgoderij. Vanaf Richteren 9 wordt vervolgens de geschiedenis beschreven van Gideons zoon Abimelech, wat een nieuw dieptepunt markeert in de geschiedenis van Israël.

Richteren 8
32 En Gideon, zoon van Joas, stierf in goede grijsheid, en hij werd begraven in het graf van Joas, zijn vader, in Ofra, van de Abizeriet.
33 En het gebeurde toen Gideon gestorven was, dat de zonen van Israël afgleden en zij bedreven hoererij achter de Baäls en zij plaatsten voor hen Baäl-Berit als god.
34 En de zonen van Israël dachten niet aan JAHWEH, hun god, Die hen uitredde uit de hand van al hun vijanden, rondom.
35 En zij deden geen vriendelijkheid met het huis van Jerubbaäl-Gideon, naar al het goede dat hij met Israël deed.

kracht
Gideon stierf in goede ouderdom en werd begraven in het graf van zijn vader Joas, in Ofra. De naam Joas betekent: JAHWEH is krachtig. We hebben inmiddels meerdere keren gezien dat in Ofra de eik stond, een embleem van Gods beloften (Richt.6:11), en dat eiken ook plaatsen waren waar doden werden begraven (Gen.35:8). God is krachtig om Zijn beloften te vervullen, en dat heeft Hij gedaan in Degene van Wie Gideon een voorafschaduwing is: Jezus Christus.
Het is bovendien betekenisvol om te bedenken dat Gideon stierf en werd gelegd in een graf dat getuigt van Gods kracht — opstandingskracht (Ef.1:19-20).

Baäl-Berit
Na de dood van Gideon gleed het volk Israël opnieuw af en maakten zij Baäl-Berit tot hun god. Baäl-Berit betekent: heer van het verbond. Dit is een uitbeelding van het Joodse volk dat na de dood van Jezus vasthield aan het oude verbond. God had hun Verlosser gezonden, maar zij keerden terug tot datgene waaraan God een einde had gemaakt.

al het goede
Gideon wordt in commentaren niet zelden negatief afgeschilderd, met name vanwege zijn handelen met de efod. Wanneer God echter naar Gideon kijkt, ziet Hij het goede en het geloof van Gideon (vgl. Hebr.11:32).

Van Gideon en van al het goede dat hij had gedaan, wordt door Israël niet meer gedacht (Richt.8:34). Dit is een uitbeelding van Israël in onze tijd, dat zijn Redder en Verlosser, Christus Jezus, niet kent en Hem niet erkent.