Paulus spreekt drie keer in zijn brieven over “het woord van de waarheid”. Daarmee benadrukt hij dat het bericht dat hij doorgaf, gebaseerd is op feiten. Paulus was ooggetuige en had een ontmoeting gehad met de opgewekte Christus. Niet bij wijze van spreken, maar werkelijk.
Christus had hem bekendgemaakt met de hoop van het evangelie, een goed bericht voor heel de schepping (1:20). Maar ook met de bijzondere positie die de gelovigen uit de natiën hebben: één met Christus.