Jefta is één van de “geloofshelden” die worden genoemd in Hebreeën 11. Hij is een schitterend type van Jezus Christus. Verworpen door zijn broeders en uit het huis van zijn vader verdreven, verblijft hij tijdelijk in een land waar het goed is. Daar verzamelt zich een gezelschap om hem heen. Wanneer Israël in grote benauwdheid verkeert, haalt het volk hem terug om hen aan te voeren in de strijd tegen de vijand.
Vlak voor de strijd doet Jefta God een opmerkelijke gelofte. Als JAHWEH hem de overwinning geeft, zal degene die hem bij zijn thuiskomst als eerste tegemoetkomt, aan God toebehoren en zal hij hem offeren. Na de overwinning blijkt dat zijn enige dochter hem tegemoetkomt.
Veel uitleggers concluderen dat Jefta zijn dochter letterlijk heeft geofferd en als brandoffer op een altaar heeft gelegd. Maar is dat werkelijk wat de Schrift zegt? Of vertelt deze geschiedenis juist een veel diepere profetische waarheid?