Enige tijd geleden heb ik een serie geschreven over de gelijkenissen van Mattheüs 13. In dat hoofdstuk vinden we de eerste gelijkenissen in het Nieuwe Testament, een serie van acht. Maar dat zijn natuurlijk niet de enige gelijkenissen in de evangeliën; er volgen nog tientallen anderen. Dat maakt het tot een belangrijk onderwerp dat onze aandacht verdient. Daarom wil ik bij gelegenheid vervolgen met het bespreken van deze vergelijkingsverhalen.
waarom gelijkenissen?
Mattheüs 13 bevat fundamenteel onderwijs, omdat de Heer uitlegt waarom Hij in gelijkenissen spreekt en dat daarna niet meer wordt gedaan. Bij iedere gelijkenis die we lezen, moeten we Zijn verklaring over het waarom van gelijkenissen scherp hebben.
Mattheüs 13 ISA (naar ISA)
10 En de discipelen kwamen naar Hem toe, en zij zeiden: Waarom spreekt U tot hen in gelijkenissen?
Nadat Jezus de gelijkenis van de zaaier heeft uitgesproken, komen Zijn leerlingen naar Hem toe en vragen Hem waarom Hij in gelijkenissen sprak. Dat was hen niet duidelijk.
Het Griekse woord voor “gelijkenis” is parabole en dat betekent zoiets als: “iets dat ernaast gezet wordt” en vandaar een “vergelijking” of “gelijkenis”.
onbegrepen
Doordat de discipelen deze vraag stellen, weten we dat veel gangbare uitleg niet klopt. Het was in die tijd geen gewoonte om in gelijkenissen te spreken, zoals vaak wordt beweerd. Ook wordt gezegd dat gelijkenissen bedoeld zijn om iets duidelijk te maken, maar dat kan hier niet het geval zijn, want waarom zouden ze anders verklaard moeten worden? De vraag van de discipelen laat juist het probleem zien: waarom spreekt U tot hen in gelijkenissen? Nu begrijpen de mensen het immers niet.
11 En Hij antwoordde, en Hij zei tegen hen: Aan jullie is het gegeven de geheimen van het Koninkrijk van de hemelen te kennen, maar aan hen is het niet gegeven.
(…)
13 Daarom spreek Ik tot hen in gelijkenissen, opdat zij ziende niet zien, en horende niet horen, noch begrijpen.
In het Mattheüs evangelie komt de Heer als de beloofde Messias, die via Israël een Messiaans wereldrijk zou vestigen, zoals beloofd door de Hebreeuwse profeten (Dan. 2:44, 7:27). Hij en Zijn voorloper Johannes de Doper, roepen op: “Bezin je, want het Koninkrijk van de hemelen is nabij gekomen” (Matth. 3:2; 4:17).
geheim en verborgen
Openlijk werd dit Koninkrijk aan Israël verkondigd. Maar als blijkt dat Israël niet gelooft in haar Messias, wordt het Koninkrijk niet openbaar, maar verborgen. Jezus begint tot de menigte te spreken in geheimen, of anders gezegd: verborgenheden. Ik gebruik die woorden door elkaar, omdat ze beiden worden gebruikt als vertaalwoord voor het Griekse musterion en ook allebei een aspect aangeven van de betekenis die lastig in één Nederlands woord te vangen is.
Het Griekse woord musterion is opgebouwd uit de woorddelen dichtdoen + bewaren en wordt afhankelijk van de vertaling, weergegeven met geheim(enis) of verborgenheid. De geheimen van het Koninkrijk spreken over de periode dat het Koninkrijk niet openbaar zou zijn, maar verborgen. Voor degenen die niet geloofden in de Messias, werden de zaken met betrekking tot hoe het met het Koninkrijk zou verlopen, verborgen. Zij verwierpen immers de Koning en daarmee het Koninkrijk. Waarom zouden aan hen dan nog zaken met betrekking tot dat Koninkrijk worden verteld?
ongeloof
Vanwege de afwijzing en het ongeloof van Israël verborg Jezus Zich, soms letterlijk (Joh. 8:59; 12:36). En vanaf zeker moment verborg Hij ook Zijn boodschap en sprak tot de schare alleen nog maar in vergelijkingsverhalen, zodat zij Hem wel hoorden spreken, maar het niet begrepen. Alleen aan gelovigen, zoals de discipelen, werden de gelijkenissen uitgelegd.
over welke periode?
De periode dat het Koninkrijk verborgen zou zijn, vangt aan op het moment dat de Heer begon te spreken in gelijkenissen en duurt tot de zevende bazuin, als “de verborgenheid van God voleindigd zal zijn” (Opb. 10:7) en het Koninkrijk van de Messias wereldwijd zal zijn gevestigd (Opb. 11:15).
verschillende gelijkenissen
Gelijkenissen zijn er in allerlei soorten en maten. Een enkele beslaat slechts een vers (Matth. 24:32), terwijl anderen een hele geschiedenis vormen. Denk bij dat laatste bijvoorbeeld aan de gelijkenis van de verloren zoon of die van de barmhartige Samaritaan. Soms staat het er bij dat het een gelijkenis betreft, maar dat wordt lang niet altijd vermeld. Wél wordt gezegd dat Jezus op zeker moment tot de menigte alleen nog maar in gelijkenissen sprak (Matth. 13:34).
Mijn bedoeling met het schrijven van deze blogs is niet om alle gelijkenissen te bespreken en ook niet persé in de volgorde waarin we ze vinden. Bij sommigen zal ik moeten kiezen welke evangeliebeschrijving ik kies, omdat ze in meerdere verslagen worden beschreven. Ik vervolg de bespreking met gelijkenissen in het Mattheüs evangelie.