In de vorige blog zagen we dat de goede strijd van het geloof niet de strijd is om tot geloof te komen, maar om vast te houden aan wat God heeft gesproken. Wie gelooft wat God zegt en daarvoor uitkomt, zal onvermijdelijk met tegenstand te maken krijgen. Paulus zelf is daarvan het grote voorbeeld.
grijp het aeonische leven
1 Timotheüs 6 ISA
12 Strijd de voortreffelijke strijd van het geloof. Grijp het aeonische leven waartoe jij geroepen werd en jij de voortreffelijke belijdenis belijdt voor het oog van vele getuigen.
Na de oproep om de goede strijd van het geloof te strijden, volgen nog twee opdrachten. Timotheüs zou het aeonische leven grijpen en de voortreffelijke belijdenis belijden.
Met “het aeonische leven” (andere vertalingen: eeuwige leven) doelt Paulus niet op een leven zonder einde, maar op het leven van de toekomende aeonen. Timotheüs was daartoe al geroepen. Paulus zegt daarom niet dat hij dit leven moest verkrijgen, maar dat hij het moest grijpen. Hij zou nu al leven vanuit de toekomst die God hem had beloofd.
Dat past ook in de context. Wie zijn verwachting stelt op de levende God, ziet niet alleen uit naar wat God in de toekomst zal doen, maar laat zich daardoor ook vandaag leiden. De goede strijd wordt gevoerd vanuit die verwachting.
de voortreffelijke belijdenis
Daarna volgt de tweede opdracht: Timotheüs had de voortreffelijke belijdenis beleden voor vele getuigen.
Het Griekse woord voor belijdenis (homologia) betekent letterlijk: hetzelfde zeggen. Belijden is dus niet iets nieuws bedenken of formuleren, maar nazeggen wat God heeft gesproken. De voortreffelijke belijdenis is daarom het openlijk uitkomen voor de gezonde woorden en het evangelie dat Paulus van de verheerlijkte Christus heeft ontvangen.
Daarin zien we opnieuw de lijn van deze brief. Paulus waarschuwt tegen een andere leer, roept op vast te houden aan de gezonde woorden en spreekt vervolgens over de goede strijd van het geloof. De goede belijdenis staat daarvan niet los, maar is er juist de openlijke uiting van.
de strijd wordt zichtbaar
De goede strijd blijft daarom niet beperkt tot het hart. Geloof wordt beleden.
Paulus schrijft elders:
Romeinen 10 ISA
9 Als jij met jouw mond belijdt dat Jezus Heer is en met jouw hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opwekt, zal jij gered worden.
Geloven en belijden horen bij elkaar. Wie gelooft wat God heeft gesproken, zal daarvoor ook uitkomen. Juist daar ontstaat de strijd. Niet omdat de gelovige de confrontatie zoekt, maar omdat de waarheid wordt tegengesproken.
Paulus heeft dat heel zijn leven ondervonden. Toch heeft de tegenstand hem er nooit van weerhouden het evangelie bekend te maken. Integendeel. Juist daarom kan hij aan het einde van zijn leven terugzien op een gestreden strijd.
In de volgende blog zullen we zien hoe Paulus daarop terugblikt. Hij zegt dan niet dat hij veel tegenstanders heeft overwonnen, maar dat hij de goede strijd heeft gestreden en het geloof heeft bewaard.