6. de 70 weken van Daniël: vanaf het uitgaan van het woord

In de vorige blogs hebben we gezien wat de zeventig weken van Daniël zijn en hoe we ermee moeten rekenen. Het gaat om zeventig jaarweken die, gerekend volgens de jubeljaarcyclus, een periode van vijfhonderd jaar beslaan.

Maar wanneer begint deze periode? Dat hoeven we niet zelf te bepalen. Gabriël geeft in de profetie het beginpunt aan:

Daniël 9 (naar ISA)
25 En jij zal weten en verstandig zijn: vanaf het uitgaan van het woord om terug te doen keren en om Jeruzalem te bouwen, tot Messias, Vorst, zeven weken en tweeënzestig weken…

De telling begint dus bij het uitgaan van het woord om terug te doen keren en om Jeruzalem te bouwen. De vraag is: welk woord wordt hiermee bedoeld?

het gebed van Daniël
Om die vraag te beantwoorden, moeten we opnieuw kijken naar de aanleiding voor de profetie. Daniël had uit de geschriften van Jeremia begrepen dat de zeventig jaar van de verwoestingen van Jeruzalem ten einde liepen:

Daniël 9 (naar ISA)
2 in het eerste jaar van zijn regeren, begreep ik, Daniël, uit de boekrollen, dat het getal van de jaren dat het woord van JAHWEH tot Jeremia, de profeet kwam, dat Hij over de verwoestingen van Jeruzalem zeventig jaar zou vervullen.

Daarop gaat Daniël bidden. Zijn gebed draait steeds om zijn volk, Jeruzalem en het heiligdom. Hij vraagt God om Zijn toorn van Jeruzalem af te wenden (:16), Zijn aangezicht te doen lichten over Zijn verwoeste heiligdom (:17) en te zien naar de verwoestingen van de stad waarover Zijn Naam is uitgeroepen (:18).

Aan het einde van zijn gebed zegt hij:

Daniël 9 (naar ISA)
19 Heer, hoor! Heer, vergeef! Heer, sla acht en doe! Stel niet uit, omwille van Uzelf, mijn God, want Uw Naam is uitgeroepen over Uw stad en over Uw volk.

Het antwoord dat Gabriël vervolgens geeft, staat dus rechtstreeks in verband met Daniëls gebed om het herstel van Jeruzalem.

Kores
In de vorige blogs kwamen we al uit bij Kores. De zeventig jaar verwoesting eindigen in zijn eerste regeringsjaar:

2 Kronieken 36 (naar ISA)
21 …om het woord van JAHWEH door de mond van Jeremia te vervullen, totdat het land zijn sabbatten vergoed had. Al de dagen van zijn verwoesting heeft het gerust, om zeventig jaar te vervullen.
22 En in het eerste jaar van Kores, koning van Perzië, om het woord van JAHWEH door de mond van Jeremia te voltooien, wekte JAHWEH de geest van Kores, koning van Perzië, op…

De schrijver van Kronieken legt zelf het verband. De zeventig jaar worden vervuld en in het eerste jaar van Kores grijpt God in.

Kores vaardigt vervolgens een proclamatie uit, die zowel aan het einde van 2 Kronieken als aan het begin van het daaropvolgende Bijbelboek Ezra wordt weergegeven (2 Kron. 36:22-23; Ezra 1:1-3):

Ezra 1 (naar ISA)
2 Zo zegt Kores, koning van Perzië: Alle koninkrijken van de aarde heeft JAHWEH, de God van de hemelen, aan mij gegeven en Hij heeft mij opgedragen voor Hem een huis te bouwen in Jeruzalem, dat in Juda is.
3 Wie onder jullie is van heel Zijn volk, zijn God zij met hem, en hij gaat op naar Jeruzalem, dat in Juda is, en hij bouwt het huis van JAHWEH, de God van Israël…

Het is dus Kores die toestemming geeft om terug te keren en de herbouw ter hand te nemen.

Jeruzalem zal gebouwd worden
Nu zou men kunnen tegenwerpen dat het bevel van Kores in Ezra vooral spreekt over de herbouw van de tempel, terwijl Daniël 9:25 spreekt over het bouwen van Jeruzalem. Maar juist over Kores had Jesaja lang tevoren geprofeteerd:

Jesaja 44 (naar ISA)
28 Die tot Kores zegt: Mijn herder! Want hij zal al Mijn verlangen uitvoeren, en tot Jeruzalem zeggend: Zij zal gebouwd worden en de tempel: Zij zal gefundeerd worden.

Hier worden beide zaken nadrukkelijk met Kores verbonden: Jeruzalem zal gebouwd worden en de tempel zal gefundeerd worden. Ook in het volgende hoofdstuk wordt Kores rechtstreeks aangesproken:

Jesaja 45 (naar ISA)
1 Zo zegt JAHWEH tot Zijn gezalfde, tot Kores…

Kores wordt hier zelfs Gods gezalfde genoemd. Het Hebreeuwse woord is mashiach: messias. God had hem uitgekozen voor deze bijzondere taak. En even verderop wordt opnieuw gezegd wat hij zou doen:

Jesaja 45 (naar ISA)
13 Ik heb hem opgewekt in rechtvaardigheid, en al zijn wegen zal Ik rechtmaken. Hij zal Mijn stad bouwen en Mijn ballingen zal hij vrijlaten, niet voor een prijs en niet voor een geschenk, zegt JAHWEH van de legermachten.

Dat is des te opmerkelijker omdat Jesaja Kores al bij name noemt, bijna 150 jaar vóór de verwoesting van Jeruzalem. Het herstel dat na de zeventig jaar zou plaatsvinden, was dus al lang van tevoren door God aan deze koning verbonden. Ook in het volgende hoofdstuk wordt Kores rechtstreeks aangesproken:

het woord van JAHWEH
Daarbij moeten we goed letten op de formulering van Daniël 9:25. Gabriël spreekt niet over “het bevel van een Perzische koning”, maar over het uitgaan van het woord om Jeruzalem te herstellen en te bouwen.

In 2 Kronieken 36 en Ezra 1 wordt nadrukkelijk gezegd dat JAHWEH de geest van Kores opwekte om het woord van JAHWEH door de mond van Jeremia te voltooien. Het initiatief ligt dus niet bij Kores. Hij voert uit wat God tevoren gesproken had.

Ook Jesaja maakt dat duidelijk. Kores is Gods herder die “al Mijn verlangen” zal uitvoeren. Achter het woord van Kores staat het woord van JAHWEH. Dat past precies bij de context van Daniël 9. Daniël had gelezen over het woord van JAHWEH dat tot Jeremia was gekomen (:2). Vervolgens krijgt hij te horen dat vanaf het uitgaan van het woord om Jeruzalem te herstellen en te bouwen een nieuwe periode gerekend moet worden (:25).

Het einde van de zeventig jaar waarin Jeruzalem verwoest lag, vormt daarmee tegelijk het begin van de zeventig jaarweken van Daniël.

een ander beginpunt?
Veel uitleggers laten de zeventig jaarweken veel later beginnen, bij een bevel van Artaxerxes in Nehemia 2. Daarmee wordt het beginpunt tientallen jaren na Kores geplaatst.

De reden hiervoor is dat men het “woord om Jeruzalem te herstellen en te bouwen” in Daniël 9:25 opvat als een specifiek bevel tot de herbouw van de stad. Men komt dan uit bij Artaxerxes, die Nehemia toestemming geeft om naar Jeruzalem te gaan en de stad te herbouwen (Neh. 2:1-8). Het eerdere bevel van Kores wordt daarbij vooral gezien als een bevel tot herbouw van de tempel.

de directe Bijbelse context van Daniël 9
Maar wanneer we Daniël 9 lezen binnen de directe Bijbelse context, is daar geen aanleiding voor. Daniël bevindt zich aan het einde van de zeventig jaar verwoesting. Hij bidt om het herstel van Jeruzalem. Gabriël antwoordt hem met een profetie die begint bij het uitgaan van het woord om Jeruzalem te herstellen en te bouwen. En precies bij het einde van de zeventig jaar wordt Kores door God opgewekt om het herstel in gang te zetten.

Bovendien had JAHWEH tevoren uitdrukkelijk over Kores gezegd dat hij Zijn verlangen zou uitvoeren en dat Jeruzalem gebouwd en de tempel gefundeerd zou worden. De Schrift wijst daarmee naar Kores als het beginpunt van de zeventig jaarweken.

zeven weken
Vanaf het uitgaan van dit woord begint de telling. Maar Gabriël zegt vervolgens niet eenvoudig dat er 69 weken verlopen tot de Messias. Hij maakt een opvallende verdeling:

Daniël 9 (naar ISA)
25 …vanaf het uitgaan van het woord om terug te doen keren en om Jeruzalem te bouwen, tot Messias, Vorst, zeven weken en tweeënzestig weken…

Eerst worden zeven weken afzonderlijk genoemd en daarna nog eens tweeënzestig weken.

Dat roept de volgende vraag op. Waarom worden die eerste zeven weken apart genoemd? Zeven jaarweken brengen ons, zoals we inmiddels hebben gezien, bij het vijftigste jaar, het jubeljaar. Maar wat gebeurt er aan het einde van deze eerste periode?

Daar zullen we in de volgende blog naar kijken.