een sleutelbegrip in het boek Genesis

In Genesis komen we een begrip tegen dat bij goede bestudering van het boek een sleutelbegrip blijkt te zijn. Willen we dat wat we beschreven vinden dus goed kunnen plaatsen, moeten we kennis nemen van de betekenis van dit woord. Het is het Hebreeuwse toledoth (H8435). Het woord is afgeleid van yalad (=baren, verwekken, H3205), maar in de gangbare vertalingen wordt het op verschillende manieren weergegeven.  Een aantal voorbeelden:

2:4 – ‘Dit is de geschiedenis van hemelen en aarde.’
5:1 – ‘Dit is het geslachtsregister van Adam.’
10:1 – ‘Dit zijn de nakomelingen van de zonen van Noach: Sem, Cham en Jafeth.’

onderschrift
Wanneer we alle voorkomens van toledoth in Genesis bestuderen en op een rijtje zetten, zien we dat het in vrijwel alle gevallen een soort van onderschrift is (vergelijk ons begrip: colofon). Genesis is opgebouwd uit een aantal delen van verschillende schrijvers en degene die het gedeelte geschreven heeft, sluit dit af met: “dit zijn de toledoth van….” 

Degene die de historie van zijn geslacht vastlegt, is niet alleen de hoofdpersonage zelf, maar ook een ooggetuige die verslag doet van zijn geschiedenissen en dat maakt het boek Genesis een historisch boek met informatie uit de eerste hand. Het is niet makkelijk om voor toledoth een passend Nederlands woord te vinden dat het één op één weergeeft. ‘Ontstaansgeschiedenissen van…‘, ‘documenten van wording van…‘  of chronologische verslagen van de totstandkoming van…’ zijn omschrijvingen die de betekenis van het woord het beste benaderen.

eerste boek van Mozes
Maar is Genesis dan niet geschreven door Mozes? Het behoort toch tot de vijf boeken van Mozes? Dat klopt, maar dat wil niet zeggen dat het niet (ook) door anderen geschreven kan zijn. Mozes heeft in ieder geval deze geschriften (lees: kleitabletten) bij elkaar gebracht, waar nodig vertaald en heeft de tekst geredigeerd en zelf toevoegingen gedaan, om dingen te verduidelijken. Met name bij plaatsnamen, die inmiddels anders heetten. Een kleine greep uit de vele voorbeelden van die kleine toevoegingen:

Genesis 14:2
(…) en den koning van Bela, dat is Zoar.

 

Genesis 14:3
Deze allen voegden zich samen in het dal Siddim, dat is de Zoutzee.

 

Genesis 23:2
En Sara stierf te Kiriath-arba, dat is Hebron, in het land Kanaän; en Abraham kwam om Sara te beklagen, en haar te bewenen.

de indeling in ‘toledoth’ in Genesis
Hieronder volgt de indeling naar de diverse toledoth in Genesis, waarbij de genoemde schrijver, of schrijvers, hun geschrift ondertekenen met een naschrift: dit zijn de toledoth van…:

1:1 t/m 2:4 – ‘Dit zijn de toledoth van hemelen en aarde.’
2:5 t/m 5:1a – ‘Dit is het document van de toledoth van Adam.’
5:1b t/m 6:9a – ‘Dit zijn de toledoth van Noach.’
6:9b t/m 10:1 – ‘Dit zijn de toledoth van de zonen van Noach: Sem, Cham en Jafeth.’
10:2 t/m 11:10a – ‘Dit zijn de toledoth van Sem.’
11:10b t/m 11:27a – ‘Dit zijn de toledoth van Terah.’
11:27b t/m 25:12 – ‘Dit zijn de toledoth van Ismaël.’
25:13 t/m 25:19a – ‘Dit zijn de toledoth van Izak.’
25:19b t/m 36:1 en 36:9 – ‘Dit zijn de toledoth van Ezau.’
36:2 t/m 37:2a – ‘Dit zijn de toledoth van Jakob.’
37:2b t/m einde – geen naschrift (door Mozes geschreven?)

ontstaan van hemelen en aarde
Deze benadering werpt veel licht op heel het boek Genesis, maar met name op het eerste deel. Dit gedeelte is bijzonder, omdat het een toledoth is waarbij geen naam van een persoon wordt genoemd: de ontstaansgeschiedenis (toledoth) van hemelen en aarde. Genesis 1:1 t/m 2:4 is een document van de wording of totstandkoming van hemelen en aarde.

bekritiseerd
Maar wie schreef het? Het is het meest miskende gedeelte van heel de bijbel. Men ontkent dat er een Schepper is en dus zet men op zijn minst vraagtekens bij wat we in Genesis 1 beschreven vinden. En dat is niet helemaal onterecht als we uitgaan van de klassieke lezing van het hoofdstuk. Men zegt namelijk dat in Genesis 1 beschreven wordt hoe God in zes dagen hemel en aarde schiep. Maar dat roept een aantal vragen op. Want als er tien maal staat: “en God zeide…”, tegen wie sprak God dan? En hoe kan het dat pas op de vierde dag sprake is van zon en maan (1:16), maar toch al bij aanvang wordt gesproken van ‘dag’, ‘nacht’ en ‘de eerste dag'(1:5)? En heeft God gerust op de zevende dag (2:2)? Wordt Hij moe dan (Jes.40:28)?

Op al deze vragen en nog veel meer zaken die vaak discussie opwerpen over de betrouwbaarheid van Genesis, zijn verrassend logische antwoorden te geven, vanuit de oorsprong zelf: Genesis 1:1 t/m 2:4. Daarover meer in een volgende blog.