Richteren 8:25-27 van oud naar nieuw

Eerder zagen we al dat Gideon het altaar van Baäl en Asjera moest afbreken en op dezelfde plaats, met het materiaal van het oude heiligdom, een nieuw altaar voor JAHWEH moest maken (6:25-26). Hier neemt hij de religieuze symbolen van de Midianieten, de maansikkeltjes, oorhangers en halssnoeren en maakt daar de efod van.

Richteren 8
25 (…) En zij spreiden de mantel uit en zij wierpen daarop per man een hanger van zijn buit.
26 En het gewicht van de gouden hangers die hij vroeg was duizend-en-zevenhonderd [sikkelen] goud, afgezien van de maansikkeltjes en de oorhangers en de purperen mantels van de koningen van Midian, en nog afgezien van de halssnoeren die om de halzen van hun kamelen waren.
27 En Gideon maakte het tot een efod en hij zette hem neer in zijn stad, in Ofra (…)

Ismaëlieten
De Midianieten worden gerekend als Ismaëlieten (:24). Dit vinden we ook terug in de geschiedenis van Jozef (Gen.37:25,28,36; 39:1). Midian en Ismaël waren halfbroers (Gen.16:15; 25:2), beiden zonen van Abraham, maar met een andere moeder.

maantjes
De maansikkels worden tweemaal genoemd, want ook “de halssnoeren die om de halzen van de kamelen waren” bestonden uit maantjes (vers 21). Tot op de dag van vandaag fungeert de maansikkel als symbool van de islam, waarvan de traditie haar oorsprong verbindt aan Ismaël. De maan is gesteld tot heerschappij over de nacht (Gen. 1:16) en vormt daarmee een uitbeelding van de vorst van de duisternis.

Daarbij valt op dat het gebied van Midian gelegen is in het huidige Saoedi-Arabië. Juist daar bevinden zich de belangrijkste heiligdommen van de islam, met als absolute centra de heilige steden Mekka en Medina.

van oud naar nieuw
Gideons handeling, waarbij hij de gouden kostbaarheden van de Midianieten omsmelt tot een hogepriesterlijk kledingstuk, is een uitbeelding van het oude verbond dat overgaat in een nieuw verbond. Tegelijkertijd verwijst dit naar de religie van deze wereld, die door Christus tenietgedaan zal worden.

Merk bovendien op dat er een mantel wordt uitgespreid om het goud te verzamelen. Kleding is een uitbeelding van heerlijkheid, en uit het verzamelde goud wordt vervolgens een nieuw kledingstuk vervaardigd: een efod.