9. het woord van God is compleet: Petrus kende Paulus’ brieven

In 2 Petrus 3 voorzegt Petrus dat er spotters zullen komen die zeggen: Waar blijft de belofte van Zijn komst? (Grieks: parousia, letterlijk: aanwezigheid). Met andere woorden: waar blijft de Heer?

In Hosea 6:2 lezen we dat God Israël “na twee dagen zal levend maken” en “op de derde dag zal oprichten”. Dat betekent dat Hij na twee dagen, op de derde dag, zal komen om Israël te herstellen.

Petrus zal ongetwijfeld aan deze profetie van Hosea gedacht hebben, toen hij zei:

2 Petrus 3
8 Maar laat dit ene niet onopgemerkt zijn door jullie geliefden, dat één dag bij de Heer is als duizend jaar, en duizend jaar als één dag.

2000 jaar
Wanneer we spreken over de “dagen” in Hosea, moeten we rekenen zoals de Heer rekent. In 2 Petrus 3:8 staat immers: Eén dag is bij de Heer als duizend jaar, en duizend jaar als één dag. Vanuit dat perspectief vertegenwoordigen de twee dagen in Hosea een periode van tweeduizend jaar. Deze tijd zou verstrijken vóór de wederkomst van Christus, wanneer Hij Israël zal herstellen en Zijn koninkrijk op aarde zal oprichten.

Petrus wijst op het feit dat het beloofde Koninkrijk langer op zich zou laten wachten dan aanvankelijk gedacht. Hij verklaart hierover dat we dit terug kunnen vinden in de brieven van Paulus:

2 Petrus 3
15 en acht het geduld van onze Heer (voor) redding, zoals ook onze geliefde broeder Paulus aan jullie schrijft, naar de wijsheid, die aan hem gegeven wordt,
16 zoals ook in al de brieven, waarin hij over deze dingen spreekt. Daarin zijn sommige dingen moeilijk te begrijpen, die de onkundigen en onstandvastigen tot hun eigen ondergang verdraaien, evenals ook de overige Schriften.

Petrus wist: Paulus’ brieven behoren tot de Schrift
Petrus verklaart in deze verzen op de hoogte te zijn van de inhoud van alle brieven van Paulus en stelt ze gelijk aan de overige Schriften. Petrus wist dus dat Paulus’ brieven tot Gods woord behoren en dat zij samen met de Hebreeuwse geschriften en geschriften van de andere apostelen, behoorden tot dé Schrift.

urgentie
Dit alles schrijft Petrus vlak voordat hij zou gaan sterven en hij zegt in zijn brief dat hij zich zal beijveren dat zijn lezers ook na zijn heengaan steeds weer aan deze dingen herinnerd zouden kunnen worden. Daarmee laat Petrus zien hoe belangrijk hij het vond om de Schriften bij elkaar te brengen, en te bewaren, zodat het getuigenis van Gods Woord bewaard bleef en blijvend richting zou geven aan de gelovigen.

In de volgende blog zullen we zien dat Marcus, die door Petrus “mijn zoon” wordt genoemd, Petrus’ verbinding is met de apostel Paulus.