In de 1e Timotheüs brief waarschuwt Paulus dat in latere tijden sommigen afstand zullen nemen van het geloof. Enige tijd later, wanneer Paulus zijn tweede brief aan Timotheüs schrijft, is zijn toon over het christendom nog pessimistischer en zegt hij dat de tijd zal komen waarin men de gezonde leer niet langer zal verdragen of tolereren.
2 Timotheüs 4
2 Proclameer het woord, sta erop, gelegen of ongelegen, ontmasker, vermaan en bemoedig met alle geduld en onderwijs.
3 Want er zal een tijd zijn, wanneer zij de gezonde leer niet zullen verdragen, maar zij zullen naar hun eigen begeerten voor zichzelf leraren bijeenhalen, die het gehoor kietelen,
4 en zij zullen zich afkeren van het horen van de waarheid en zich wenden tot mythen.
gezond onderwijs
De gezonde leer is datgene waarvan Paulus in 1 Timotheüs 4:11 zegt: “Beveel en onderwijs dit”, namelijk dat de levende God Redder is van alle mensen, speciaal van gelovigen (1Tim. 4:10). Van dit onderwijs zou men massaal afwijken en de redding en verzoening van allen, wordt door de kerk zelfs bestempeld als ketterij en dwaalleer. Men verdraagt het niet.
Daarom drukt Paulus Timotheüs op het hart dat hij wél het woord zou verkondigen, gelegen en ongelegen en anderen zou bemoedigen met geduld en onderricht (:2). Dit in tegenstelling tot hen die de gezonde leer niet verdragen en ongezonde leer zullen brengen, namelijk woorden die zij zelf willen horen. Paulus drukt Timotheüs op het hart:
2 Timotheüs 1
13 Heb een patroon van gezonde woorden, die jij van mij hebt gehoord, in geloof en in liefde, die in Christus Jezus is.
ongezonde woorden
In het christendom is men afgedwaald van deze opdracht van Paulus. Al snel ontstonden leerstellingen waarin onbijbelse begrippen de toon zetten — termen als hel, verdoemenis, drie-eenheid, vrije wil, eeuwige dood, God de Zoon en onsterfelijke ziel. Ongezonde woorden, die we niet vinden in de Schrift, en dát patroon zouden we niet volgen!
2 Timotheüs 3
1 Maar weet dit, dat er in de laatste dagen gevaarlijke tijden zullen ontstaan,
2 want de mensen zullen
(…)
5 een vorm van godsvrucht hebben, maar die de kracht daarvan verloochend hebben. Mijd ook dezen!
schijn
In de laatste dagen zullen er gevaarlijke tijden komen, zegt Paulus. Hij gaat niet stuk voor stuk in op de eigenschappen die de mensen zullen hebben en die in vers 2 t/m 4 worden genoemd en daarom zijn ze hierboven weggelaten. Paulus heeft het hier niet over de seculiere wereld, maar over dat deel dat een vorm van godsvrucht heeft. Het heeft er alle schijn van toegewijd te zijn aan God, maar het is slechts buitenkant.
Uiterlijk, in vorm, lijken het gelovigen, omdat zij religieuze praktijken beoefenen: de naam van God gebruiken, de bijbel zeggen te geloven, kerkdiensten bezoeken, kaarsjes branden, deelnemen aan het heilig avondmaal, praise liederen zingen, enz. Maar de kracht van de godsvrucht (letterlijk: goede verering) ontkennen zij. Het evangelie wordt door de kerken massaal ontkend. Sterker nog, we zagen al dat zij de gezonde leer niet meer verdragen.