Ruth 2:13 Boaz spreekt tot het hart van Ruth

Het is wonderlijk hoeveel verwijzingen naar de profetieën er zitten in een ogenschijnlijk toevallige ontmoeting van Boaz en Ruth. Eerder zagen we al dat Ruth genade vond in Boaz ogen (:10). Dezelfde uitdrukking als in Jeremia 31:2, waar wordt gesproken over Israël dat genade vindt, op weg naar zijn rust. Ook in het volgende vers komen we deze uitdrukking weer tegen.

Ruth 1
13
En zij zei: Ik vind genade in uw ogen, mijn heer, want u troost mij. En u sprak tot het hart van uw dienares, hoewel ik niet ben als één van uw dienaressen.

Jesaja
In Jesaja 39 vinden we dat aan Hizkia aangekondigd wordt dat Jeruzalem verwoest zou worden, het volk weggevoerd zou worden naar Babel en het onder de natiën terecht zou komen. Vanaf hoofdstuk 40 vinden we dan woorden over het herstel van Israël.

Jesaja 40
1 Troost, troost mijn volk, zegt jullie God.
2 Spreekt tot het hart van Jeruzalem, roept het toe, dat haar strijd volbracht is, dat haar ongerechtigheid aanvaard is, dat zij dubbel neemt uit de hand van JAHWEH voor al haar zonden.

troost
Jesaja 40 spreekt van troost, van het herstel van Israël na een periode van oordeel en verblijf onder de volkeren. Ruth zegt dat Boaz haar troost, zoals God in de toekomst Zijn volk zal troosten. God zal spreken tot het hart van Jeruzalem, zoals Boaz spreekt tot het hart van Ruth.

Jozef
Ook in de geschiedenis van Jozef vinden we deze volgorde. Jozef wordt door zijn broers verkocht naar Egypte en komt daar jaren later via allerlei omwegen, op de troon, als onderkoning. Zijn broers en vader Jakob denken dat hij dood is.

Als er hongersnood in het land is, trekken de broers naar Egypte, omdat ze gehoord hebben dat daar brood is en komen ze oog in oog te staan met hun doodgewaande broer, die zij dan nog niet herkennen. Uiteindelijk maakt Jozef zich aan hen bekend.

Jozef en Christus
Jozef is een beeld van Christus. Het huis van Jakob kent Hem nu niet, maar zal na een periode waarin Christus Zich bevindt onder de natiën, alsnog aan Hem worden bekendgemaakt en leven onder de heerschappij van Hem, waar Jozef een uitbeelding van is, Christus Jezus. Jozef laat heel zijn familie naar hem toe komen, zodat hij voor ze kan zorgen (Gen.45:9-11; 46:1). Jozef rekent hen het kwade niet toe, maar geeft aan dat God alles ten goede heeft gekeerd. Dan zegt hij:

Genesis 50
21 En nu, vrees niet; ik (>Jozef) zal jullie en jullie kinderen onderhouden. En hij troostte hen en hij sprak tot hun hart.