het geheimenis onthuld

Paulus spreekt in Efeze 3 over het beheer, de huishouding, die aan hem gegeven is (:2). Hij zegt dat hem door openbaring het geheimenis is bekendgemaakt en dat hij daar eerder al kort over heeft geschreven (:3). Vervolgens schrijft hij:

Efeze 3
4 waaraan jullie bij het lezen, mijn inzicht kunnen verstaan in het geheim van de Christus,
5 dat in andere generaties niet bekendgemaakt is aan de zonen van de mensen, zoals het nu onthuld werd aan Zijn heilige apostelen en profeten.

apokalupto
Het woord dat hier met onthuld is vertaald (NBG: geopenbaard) is het Griekse apo-kalupto (G601). Dit woord duidt op het zichtbaar worden van wat eerst bedekt was. Het was er al, maar verborgen.

Dat kan bijvoorbeeld gaan over wat in het hart van de mens is:

Lukas 12 NBG
2 Er is niets bedekt, of het zal geopenbaard worden, en verborgen, of het zal bekend worden.

Of over de dag waarop de Zoon des mensen geopenbaard wordt, wanneer Hij verschijnt (vgl. Opb. 1:1):

Lukas 17 NBG
30 Op dezelfde wijze zal het gaan op de dag, waarop de Zoon des mensen geopenbaard wordt.

Deze voorbeelden laten zien dat openbaren het zichtbaar maken is van wat verborgen was.

Het woord apo-kalupto is opgebouwd uit:

apo (G575) = van(af)
kalupto (G2572) = bedekken, verhullen

Letterlijk: de bedekking wegnemen.

Een helder voorbeeld daarvan vinden we in 2 Korinthe 3, waar kalupto meerdere keren voorkomt:

2 Korinthe 3 NBG
13 geheel anders dan Mozes, die een bedekking voor zijn gelaat deed, opdat de kinderen Israëls geen blik zouden slaan op het einde van hetgeen moest verdwijnen.
14 Maar hun gedachten werden verhard. Want tot heden toe blijft dezelfde bedekking over de  voorlezing van het oude verbond zonder weggenomen te worden, omdat zij slechts in Christus verdwijnt.
15 Ja, tot heden toe ligt, telkens wanneer Mozes voorgelezen wordt, een bedekking over hun hart,
16 maar telkens wanneer iemand zich tot de Here bekeerd heeft, wordt de bedekking weggenomen.

ont-dekt
Het gaat hier niet om een uitleg van 2 Korinthe 3, maar om wat dit illustreert. Israël heeft bij het lezen van het oude verbond een bedekking. In Christus wordt die weggenomen.
Zo heeft Christus Jezus aan Paulus door onthulling het geheimenis bekendgemaakt (Ef. 3:3-4). Wat verborgen was, werd ont-dekt: de bedekking werd weggenomen.

zoals nú geopenbaard
Wanneer Paulus in Efeze 3:4-5 over het geheimenis van de Christus spreekt, zegt hij niet dat het er eerder niet was, maar dat het niet eerder zo geopenbaard is. Het was er, maar verborgen, bijvoorbeeld in typen en schaduwen van de Tenach.

Efeze 3
5 dat in andere generaties niet bekendgemaakt is aan de zonen van de mensen, zoals het nu geopenbaard werd aan Zijn heilige apostelen en profeten.

verlichte ogen
De bedekking is weggenomen. Nu zien wij het oude verbond zonder sluier. Daarin herkennen we, in beelden en typen, wat Paulus heeft geopenbaard: het geheimenis van de Christus (Ef. 3:4). Wij zien met verlichte ogen van het hart (Ef. 1:18).