In de vorige blog zagen we hoe de Schrift zelf het antwoord aanreikt waarvan de wijngaard een uitbeelding is. De Heer baseert Zijn gelijkenis op Jesaja 5, waar staat: de wijngaard van de Here der heerscharen is het huis Israëls.
Mattheüs 21 (naar ISA)
33 (…) En hij plaatste er een stenen omheining omheen, en hij groef er een wijnpers in, en hij bouwde een toren…
God gaf Israël een land en de wet (stenen omheining), vertrouwde hen Zijn woord toe en gaf hen hiermee uitzicht (een toren). Wijn en de wijnpers spreken van de beloften en nieuw leven. Ook dat werd aan Israël gegeven opdat zij daarmee tot zegen zouden zijn voor de volkeren (Ex. 19:6).
33 …en hij gaf die uit aan landbouwers, en hij gaat op reis.
de landbouwers
Tijdens de afwezigheid van de eigenaar krijgen de landbouwers het beheer over de wijngaard. Zij zijn een uitbeelding van de leidslieden van Israël, aan wie de woorden van God werden toevertrouwd (Rom. 3:2). Later zullen we dit bevestigd zien, omdat de Heer enige toelichting geeft en daardoor de overpriesters en farizeeën doorkrijgen dat Hij het over hen heeft.
34 Toen nu de periode van de vruchten naderde, stuurde hij zijn slaven naar de landbouwers, om zijn vruchten in ontvangst te nemen.
Hoewel het verhaal in Mattheüs 21 iets anders loopt, is de strekking gelijk aan wat we vinden in Jesaja 5. We zouden zo verder kunnen lezen waar we het citaat uit Jesaja 5 in de vorige blog beëindigden. Beide wijngaarden blijken geen vrucht voort te brengen.
Jesaja 5 NBG
2 …En hij verwachtte, dat de wijngaard goede druiven zou voortbrengen, maar hij bracht wilde druiven voort.
(…)
5 Nu dan, Ik wil u doen weten, wat Ik met mijn wijngaard ga doen: zijn doornhaag wegnemen, opdat hij verwoest worde; zijn muur doorbreken, opdat hij vertrapt worde;
6 Ik zal hem tot een wildernis maken, hij zal gesnoeid noch behakt worden, zodat er dorens en distels opschieten; en Ik zal de wolken gebieden, dat zij op hem geen regen doen vallen.
7 Welnu, de wijngaard van de Here der heerscharen is het huis Israëls…
In het vervolg zullen we zien dat het Koninkrijk dat aan Israël was gegeven, van hen zou worden afgenomen en aan een ander volk zou worden gegeven. Het Joodse volk zou worden geoordeeld en uit het land worden gezet en het land zou tot een woestenij worden (Matth. 23:38), zoals ook Jesaja 5 voorzegt.