Richteren 6:1-5 zeven

Zeven keer lezen we in Richteren, dat het volk deed wat kwaad was in de ogen van JAHWEH (2:11; 3:7, 12; 4:1; 6:110:6; 13:1). Zeven jaar worden zij aan de Midanieten overgegeven, die jaarlijks komen als een zwerm sprinkhanen, alles verwoestend (1:1). Ook in het gedeelte uit Deuteronomium over de zegen en de vloek, komen we het getal zeven tegen. Eerst met betrekking tot de zegen:

Deuteronomium 28
7 JAHWEH zal jullie vijanden, die tegen jullie opstaan, verslaan voor jullie aangezicht. Op één weg trekken zij tegen jullie op en op zeven wegen zullen zij vluchten voor jullie aangezicht.

zegen
Zeven is het getal van volheid. Hier betekent “zeven wegen” dat de vijanden volledig, volkomen verslagen en verstrooid worden. Ze komen eensgezind tegen Israël op, maar worden in totale wanorde uiteen gedreven — een beeld van een volkomen overwinning door Gods ingrijpen. Deze zegen beloofde God hen, als het volk Hem zou dienen.

Deuteronomium 28
25 JAHWEH zal geven dat jullie verslagen worden voor de aangezichten van jullie vijanden. Op één weg zullen jullie tegen hem optrekken en op zeven wegen zullen jullie vluchten voor zijn aangezicht.

vloek
In het gedeelte dat spreekt over de vloek, is het precies omgekeerd. Israël, dat eens door God beschermd werd, zou een complete nederlaag ervaren als zij JAHWEH, hun God, niet dienden.  “Door zeven wegen vluchten” betekent: volledig uiteengeslagen – een volkomen omkering van de zegen. Dit is in de geschiedenis van het Joodse volk meerdere keren gebeurd. Ze zijn uit het land verdreven of weggevoerd en verstrooid onder de volkeren.

genade is uitermate overvloedig
Gods genade is altijd overvloediger dan de zonde van de mens (Rom.5:20) en daarom stuurt God 12 richters. Twaalf is het getal van Israël, dat uit 12 stammen bestaat. Ondanks het huidige ongeloof van Israël, zal God het volk herstellen, hen verlossen van al hun vijanden en die aan hen onderschikken. Israël zal het hoofd van de volken zijn (Jes.2:2-3; Zach.8:22-23).