Richteren 8:28-31 Gideon trekt zich terug

Het refrein in het boek Richteren is dat het volk deed wat kwaad was in de ogen van JAHWEH, waarmee wordt bedoeld dat zij andere goden dienden (Richt.2:11; 3:7). Zo begint de geschiedenis van Gideon (6:1) en zo eindigt het ook (8:27,33).

Richteren 8
28 En Midian werd onderschikt voor de aangezichten van de zonen van Israël en zij gingen niet voort hun hoofden op te heffen. En het land werd rustig, veertig jaren, in de dagen van Gideon.
29 En Jerubbaäl, zoon van Joas, ging, en hij woonde in zijn huis.
30 En voor Gideon waren zeventig zonen, uitgaand uit zijn lendenen; want hij had vele vrouwen.
31 En zijn bijvrouw, die in Sichem was, baarde voor hem ook een zoon, aan wie hij de naam Abimelech gaf.

40 jaar
De periode van veertig jaar wordt viermaal genoemd in Richteren (3:11; 5:31; 8:28; 13:1). Zij verwijst naar de tijd van Israël in de woestijn, die eveneens veertig jaar duurde. Deze periode staat model voor het ongeloof van het volk (Hebr. 3:17-19). Opmerkelijk is het contrast tussen veertig jaar rust (3:11; 5:31; 8:28) en veertig jaar onderdrukking (13:1). De genoemde rust is zeer betrekkelijk, omdat in alle gevallen direct na deze periode wordt vermeld dat Israël opnieuw deed wat kwaad was in de ogen van JAHWEH. In de geschiedenis van Gideon lezen we zelfs al vóór het noemen van de veertig jaar rust dat het volk hoereerde (8:27).

teruggetrokken
In vers 29 staat dat Jerubbaäl ging. De meeste vertalingen geven dit weer als: “hij ging wonen in zijn huis”. Het werkwoord ging staat echter vooraan in de zin en krijgt daardoor nadruk. Letterlijk staat er: “En hij ging, Jerubbaäl, zoon van Joas, en hij woonde in zijn huis”. Gideon trok zich terug, zoals ook de Heer Zich heeft teruggetrokken in de hemel vanwege het ongeloof van Israël.

70 zonen
Van Gideon wordt vermeld dat hij zeventig zonen had, “voortgekomen uit zijn lendenen”, de bijbelse manier om aan te geven dat zij uit hem zijn voortgekomen. Het getal zeventig staat model voor de natiën. In Genesis 10 wordt een opsomming gegeven die bekendstaat als de “volkerentafel”, met zeventig stamvaders van de volkeren. Gideons zeventig zonen staan daarmee model voor de huidige tijd, waarin Israël in ongeloof verkeert, terwijl er nieuw leven — vruchtbaarheid — is onder de natiën.

mijn vader is koning
Gideon noemt zijn zoon Abimelech, dat betekent: mijn vader is koning. Daarmee zegt Gideon feitelijk: niet ik ben koning, maar God is koning. Dit is te vergelijken met de huidige tijd, waarin het Koninkrijk van Christus nog niet openbaar is en Hij nog niet zichtbaar regeert.