In de vorige blogs zagen we dat Paulus gelovigen oproept afstand te nemen van hen die de waarheid verlaten. In 2 Timotheüs 2 voegde hij daaraan toe dat het doel daarvan niet afzondering op zichzelf is, maar dat wij een vat tot eer zouden zijn, bruikbaar voor de Eigenaar.
Diezelfde lijn komen we ook tegen in 2 Korinthe 6. Dit gedeelte wordt vaak toegepast op een huwelijk tussen een gelovige en een ongelovige. Hoewel dat principe zeker uit deze woorden is af te leiden, laat de context zien dat Paulus vooral spreekt over religieuze gemeenschap.
2 Korinthe 6 ISA
14 Vorm geen ongelijk span met ongelovigen. Want wat voor deelgenootschap hebben rechtvaardigheid en wetteloosheid, of welke gemeenschap heeft het licht met de duisternis?
15 En welke overeenstemming is er tussen Christus en Belial, of welk deel heeft een gelovige met een ongelovige?
16 En wat voor overeenstemming heeft de tempel van God met afgoden? Want jullie zijn de tempel van de levende God, zoals God zei: Ik zal onder hen inwonen, en Ik zal te midden van hen wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn.
17 Daarom: Ga uit, uit hun midden, en zonder je af, zegt de Heer, en raak het onreine niet aan, en Ik zal jullie binnenlaten.
gefundeerd op de Schrift
Opvallend is dat Paulus zijn oproep volledig onderbouwt vanuit het Oude Testament. Het beeld van het ongelijke juk is ontleend aan Deuteronomium 22. Exodus, Leviticus en Ezechiël laten zien dat Gods volk Zijn tempel is. Jesaja roept Gods volk op uit het onreine weg te trekken. Paulus neemt verschillende Schriftgedeelten uit de Tenach en past die toe op de ecclesia.
een ongelijk juk
Het beeld van een ongelijk juk komt uit de landbouw. Onder een juk werden twee trekdieren naast elkaar gespannen om samen te werken. De wet van Mozes verbood een rund en een ezel samen voor de ploeg te zetten (Deut. 22:10). Twee verschillende dieren trekken niet gelijk op. Het juk wringt, schuurt en belemmert beide. Dat is het beeld dat Paulus gebruikt.
Paulus zegt daarmee niet dat een gelovige iedere vorm van contact of samenwerking met ongelovigen moet vermijden. Wij leven immers midden in de wereld en hebben dagelijks met hen te maken. Een ongelijk juk ontstaat wanneer een samenwerking vraagt dat één van beiden zijn overtuiging moet prijsgeven of compromissen moet sluiten. Dan wringt het, net zoals twee ongelijke trekdieren onder één juk.
de context is religieus
Paulus werkt zijn oproep vervolgens verder uit met een reeks vragen:
Welke gemeenschap heeft rechtvaardigheid met wetteloosheid?
Welke gemeenschap heeft licht met duisternis?
Welke overeenstemming heeft Christus met Belial?
Welk deel heeft een gelovige met een ongelovige?
En wat voor overeenstemming heeft de tempel van God met afgoden?
Opvallend is dat Paulus uitsluitend geestelijke tegenstellingen noemt. Hij spreekt over Christus en Belial, over licht en duisternis, over gelovigen en ongelovigen en uiteindelijk over de tempel van God en de afgoden. Daarmee wordt duidelijk dat zijn onderwerp religieuze gemeenschap is.
In vers 16 komt Paulus tot de kern van zijn betoog:
Want jullie zijn de tempel van de levende God.
Daarna volgt een reeks citaten uit het Oude Testament. Paulus citeert niet één Schriftgedeelte, maar verweeft verschillende beloften tot één geheel. Hij grijpt onder meer terug op:
Exodus 29:45-46, waar God belooft onder Israël te wonen.
Leviticus 26:11-12, waar Hij zegt: “Ik zal in uw midden wandelen en Ik zal u tot een God zijn.”
Ezechiël 37:26-27, waar God belooft Zijn heiligdom voor altijd in het midden van Zijn volk te plaatsen.
Al deze beloften werden oorspronkelijk aan Israël gegeven. Paulus past ze nu toe op de ecclesia. De ecclesia is de tempel van de levende God. Daarom kan er geen gemeenschap zijn tussen Gods tempel en afgoden. De voorbeelden uit de Tenach zijn duidelijk: religieuze vermenging is afgoderij. God roept Zijn volk niet op zich ermee te verbinden, maar zich ervan af te zonderen.
Nu blijkt ook waarom Paulus begon over een ongelijk juk. Het gaat hem niet in de eerste plaats om een huwelijk of een zakelijke samenwerking, maar om religieuze gemeenschap waarin waarheid en afgoderij met elkaar worden vermengd.
ga uit hun midden weg
Vanuit die gedachte volgt de conclusie:
Ga daarom uit hun midden weg en zonder u af, zegt de Heer, en raak het onreine niet aan.
Ook hier citeert Paulus het Oude Testament. De woorden zijn ontleend aan Jesaja 52:11, waar God Zijn volk oproept zich af te zonderen van het onreine. Deze oproep staat in het gedeelte van Jesaja waarin de verlossing van Israël uit de ballingschap wordt aangekondigd.
Paulus past deze woorden toe op de ecclesia. Opnieuw zien we dezelfde lijn als in de vorige blogs. Hij roept gelovigen niet op de religieuze wereld te hervormen, maar eruit weg te gaan.
Dat is precies dezelfde gedachte als:
“Keer je ook van dezen af.” (2 Tim. 3:5)
“Indien dan iemand zichzelf van dezen uitzuivert…” (2 Tim. 2:21)
Paulus blijft hierin opmerkelijk consequent.
geen compromis
Soms wordt gedacht dat Paulus oproept zoveel mogelijk overeenkomsten tussen verschillende religieuze stromingen te zoeken. Het tegenovergestelde is waar. Hij roept juist op geen gemeenschap te zoeken waar daarvoor concessies aan de waarheid nodig zijn. Waar waarheid en dwaling met elkaar vermengd worden, ontstaat een ongelijk juk. Niet omdat gelovigen beter zouden zijn dan anderen, maar omdat God Zijn waarheid niet met dwaling vermengt.
niet afzondering, maar trouw
Ook hier is afstand nemen niet het doel. Paulus roept op uit te gaan uit religieuze vermenging, zodat de gelovige vrij is om God zonder compromis te dienen. Het gaat opnieuw niet om het verlaten van mensen, maar om het verlaten van een religieuze gemeenschap waarin waarheid en dwaling met elkaar vermengd zijn.