Richteren 8:4-9 Gideon miskend

Na de episode met de mannen van Efraïm krijgen we nu een nieuw venster in de geschiedenis. Gideon achtervolgt de Midianieten, want hij wil ook de beide koningen, Zebach en Salmunna, gevangen nemen. Onderweg stuit hij echter op nogal wat tegenwerking.

Richteren 8
4 En Gideon kwam bij de Jordaan. Hij stak over, hij en de driehonderd mannen die met hem waren, flauw van de honger, maar achtervolgend.
5 En hij zei tot de mannen van Sukkoth: Geef toch alstublieft, koeken van brood aan het volk, dat mij volgt, want zij zijn flauw van de honger, en ik achtervolg Zebach en Salmunna, koningen van Midian.
6 En de oversten van Sukkot zeiden: Is de handpalm van Zebach en Salmunna al in uw hand, dat wij uw leger brood zullen geven?
7 En Gideon zei: Daarom, omdat JAHWEH Zebach en Salmunna in mijn hand geeft, zal ik jullie vlees dorsen met woestijndorens en met de distels.
8 En hij ging van daar op naar Penuël, en hij sprak hetzelfde tot hen; en de mannen van Penuël antwoordden hem zoals de mannen van Sukkot antwoordden.
9 En hij zei ook tot de mannen van Penuël, zeggend: Wanneer ik in vrede terugkeer, zal ik deze toren afbreken.

verborgen en miskend
Gideon steekt met zijn driehonderd mannen de Jordaan over, een uitbeelding van opstanding uit de dood. Zij zijn vermoeid en hongerig, een beschrijving van de huidige positie van Christus en de ecclesia in deze wereld. De overwinning is behaald, maar dat wordt nog niet gezien, Christus en Zijn lichaam zijn nog verborgen. In dit gedeelte zien we dan ook dat Gideon door de mannen van Sukkoth en Penuël niet wordt erkend als verlosser.

schaduw en werkelijkheid
Zebach betekent: slachtoffer en Salmunna betekent: de schaduw wordt weggehouden/ontkend. Dit tweetal verwijst naar het Joodse volk dat vasthoudt aan de slachtoffers van het oude verbond, maar niet ziet en ontkent dat het slechts een schaduw is van toekomende goede dingen (Hebr.10:1). De slachtoffers onder het oude verbond zijn een vooruitwijzing naar het ware Lam van God, Christus (Joh.1:29; 1 Kor.5:7; Opb.5:12). Ook Gideon, die een voorafschaduwing is van Christus, wordt niet door de mannen van Sukkoth erkend.

Gideons overwinning betwijfeld
Gideon vraagt de inwoners van Sukkoth om brood, maar zij weigeren en spotten met hem. Ze ondersteunen hiermee Zebach en Salmunna, want ze houden hen in leven. Een uitbeelding van het vasthouden aan het oude verbond. Ze betwijfelen de overwinning die Gideon behaald heeft en daarmee miskennen ze Gideon en zijn gezelschap. Het spreekt van het ongeloof van het Joodse volk in onze tijd. Zij wijzen de Heer Jezus Christus af  en erkennen Hem niet als Messias.

oordeel
Wat Gideon precies bedoelt in vers 7 met het dorsen van het vlees van de mannen van Sukkot “met woestijndorens en met de distels”, is niet helemaal duidelijk. Dorsen is het scheiden van de graankorrel van de aar. Dorens en distels wijst op het pijnlijke proces. Als Gideon terugkomt in Sukkoth wordt dit uitgevoerd (8:15-16). Het is een uitbeelding van het oordeel dat over het ongelovige Joodse volk zal komen bij de wederkomst.

toren
Ook de mannen van Penuël bespotten en miskennen Gideon. Gideon voorzegt hen dat hij na het beëindigen van de strijd, bij zijn terugkeer in vrede, hun toren zal afbreken. Al vanaf Genesis 11 staat het bouwen van torens voor de hoogmoed en de werken van de mens. Bij de wederkomst van Christus, als de overwinning compleet is en de Hij Zijn vrederijk zal stichten, zal alle mensenwerk teniet gedaan worden.