vervolg op de correspondentie met Eben-Haëzer

In een vorige blog ben ik ingegaan op de mededeling die in Eben-Haëzer over mij werd gedaan en heb ik de eerste mailwisseling tussen de “leidinggevenden” van Eben-Haëzer en mij gepubliceerd.

Ik heb dat gedaan omdat ik vanaf het podium publiekelijk ben neergezet op een manier die naar mijn overtuiging volstrekt geen recht doet aan mijn prediking en aan de werkelijke reden waarom ik niet langer welkom ben als spreker. Mijn doel was niets anders dan dat beeld te corrigeren.

Naar aanleiding daarvan kreeg ik op Facebook verschillende verwijten, onder meer van bestuursleden van Eben-Haëzer. Eén verwijt was terecht. Men wees erop dat ik slechts een deel van de correspondentie had gepubliceerd. Dat klopt.

Ik heb bewust alleen de eerste mailwisseling openbaar gemaakt, omdat daarin de bezwaren tegen mijn spreekbeurt en mijn reactie daarop volledig zichtbaar worden. Naar mijn overtuiging is die correspondentie representatief voor alles wat daarna nog is geschreven.

Toch heb ik niets te verbergen. Daarom publiceer ik hieronder ook de overige correspondentie. Dan kan niemand zeggen dat ik iets heb achtergehouden of de discussie eenzijdig heb weergegeven.

Lees de stukken zelf en trek vervolgens uw eigen conclusies.


Dit was de eerstvolgende reactie van de “leidinggevenden” van Eben Haëzer van 22 juni 2026.

Dit is mijn reactie daarop van 23 juni 2026.

Als reactie daarop, ontving ik deze mail. van 26 juni. 2026

Hier heb ik als volgt op gereageerd. op 27 juni 2026.

Op 28 juni 2026 heb ik een telefoongesprek gevoerd met Ed van Brummen.

Naar aanleiding hiervan heb ik deze mail gestuurd op 29 juni 2026.

Op 30 juni 2026 ben ik gebeld door Ed van Brummen, met als uitkomst dat ze een andere spreker gaan zoeken voor 19 juli.