In een vorige blog schreef ik over de zienswijze dat Paulus in het begin van zijn bediening gericht was op de bekering van het Joodse volk. Volgens die visie verschilde zijn apostelschap aanvankelijk niet van dat van de Twaalf, en werd hem pas later het geheim van de ecclesia, het lichaam van Christus, geopenbaard.
Petrus
Op de Pinksterdag is het Petrus die namens de Twaalf het woord voert en zich richt tot Israël (Hand. 2:14, 22, 36). Als het volk zich zou bekeren, zou de Messias via Israël Zijn Koninkrijk wereldwijd vestigen.
Ook in Handelingen 3 bij de genezing van de verlamde bij de Schone Poort, richt Petrus zich tot het volk (:12) en roept hij op:
Handelingen 3
19 Bezin je dan en bekeer je, opdat jullie zonden uitgewist worden, zodat er perioden van verfrissing zullen komen van het aangezicht van de Heer,
20 en Hij de Christus zal zenden, Jezus, die voor jullie bestemd is,
21 die de hemel moet ontvangen, tot op de tijden van het herstel van alle dingen, waarvan God gesproken heeft door de mond van zijn heilige profeten…
Het Joodse volk had Jezus gekruisigd en gedood, maar God heeft Hem opgewekt (:15). De deur naar het Koninkrijk stond nog open. Als het volk zich zou bekeren, zou de Messias terugkomen om Zijn Koninkrijk via een gelovig Israël te vestigen over de hele aarde.
tussentijd
Dat is niet gebeurd; de vervulling ligt in de toekomst. In de tussentijd verzamelt God Zich een volk uit de natiën (Hand. 15:14). Vanwege Israëls ongeloof is de redding naar de natiën gegaan (Hand. 13:46; 28:28). Dat is de boodschap van Paulus.
enkelen uit Israël
Maar wist Paulus dit vanaf het begin van zijn roeping? Of is hem dat later geopenbaard? Was hij eerst, net als de Twaalf, gericht op de bekering van het Joodse volk?
Paulus geeft zelf het antwoord in een “vroege brief”:
Romeinen 11
13 En ik spreek tot jullie, de natiën: voor zover ik dan inderdaad apostel van de natiën ben, verheerlijk ik mijn bediening,
14 dat ik zo mogelijk mijn vlees jaloers zou maken, en enigen uit hen red.
de eer van Paulus’ bediening
Paulus wist vanaf het begin dat Israël zich als volk niet zou bekeren. Juist daarin zag hij de heerlijkheid van zijn bediening: zijn volk jaloers maken en enkelen redden.
Hij wist ook dat eens heel Israël gered zal worden (Rom. 11:25) en uiteindelijk iedere Israëliet (1 Tim. 4:10). Maar in deze tussentijd, waarin de ecclesia uit de natiën wordt verzameld, gaat het om enkelen.
Paulus was als apostel nooit gericht op de bekering van Israël als geheel. Hij wist dat dit nu niet zou gebeuren. Juist daarom was hij geroepen als apostel van de natiën en was hem dit beheer toevertrouwd: om, tot eer van zijn bediening, enigen uit Israël te redden.