3. wat is uitverkiezing? Abraham

Het begrip “uitverkiezen” komen we voor het eerst tegen in Genesis 6:2, maar daar gaat het niet over God die iemand uitkiest. Daar staat dat de zonen van God vrouwen namen uit allen die zij “verkozen”(bachar). Dit normale gebruik van het woord “uitkiezen” komen we daarna nog veel vaker tegen (Gen. 13:11; Ex. 17:9, 18:25; Joz. 8:3, enz.)

De eerste keer dat het begrip gebruikt wordt in de zin van Goddelijke uitverkiezing, is bij Abraham.

Nehemia 9
7 U bent JAHWEH, de God, Die Abram heeft uitverkoren…

Het Hebreeuwse woord is ook hier: bachar (בחר): kiezen, uitverkiezen.

Historisch gezien begon Gods uitverkiezende handelen natuurlijk al eerder — bijvoorbeeld bij:

– Abel boven Kaïn
– Seth in plaats van Abel
– Noach onder zijn generatie
– Sem boven zijn broers

Maar de Schrift gebruikt daar nog niet expliciet het woord “uitverkiezen”. Dat is veelzeggend: het begrip wordt voor het eerst expliciet verbonden aan Abram, de man door wie God Zijn plan met de volkeren zou gaan uitvoeren. Vanaf dat moment wordt “uitverkiezing” sterk verbonden met:

– een roeping
– een belofte
– een taak
– en Gods voornemen met anderen

uitverkoren met een doel
Dus niet primair: “uitverkoren om gered te worden”, maar: uitgekozen om een rol te vervullen binnen Gods heilsplan.

Genesis 12
1 En JAHWEH zei tot Abram: Ga jij uit jouw land en uit jouw verwantschap en uit het huis van jouw vader naar het land, dat Ik jou doe zien.
2 Ik zal jou tot een grote natie maken, en Ik zal jou zegenen, en Ik zal jouw naam groot maken, en wordt een zegen!
3 En Ik zal zegenen die jou zegenen, en wie jou vervloekt zal Ik vervloeken,
en in jou zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.

exclusief
Abram werd door God uitgekozen uit de volkeren en beloofde hem een land, waar hij tot een groot volk zou worden. Abrams selectie is exclusief, de anderen waren daarvan uitgesloten. Maar God heeft allen op het oog met de uitverkiezing van Abram. Want in hem zouden alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.

vervulling
De belofte aan Abraham in Genesis 12:3 heeft meerdere lagen van vervulling. Allereerst werd Abraham letterlijk tot zegen voor vele volken. Uit hem kwam immers het volk Israël en daarmee de verbonden, de beloften en de Schriften.

Het volk Israël zou dienen als priesterlijk volk om alle andere volken te zegenen. Daar is in de praktijk niet veel van terechtgekomen, want het Joodse volk was in de regel een ongelovig volk en heeft haar taak en functie als priesterlijk volk niet volbracht. Maar in de toekomst, op een nieuwe aarde, zal deze belofte aan Abraham alsnog vervuld worden.

het zaad van Abraham
Later wordt de belofte aan Abraham aangevuld en zegt God tegen hem dat in zijn zaad Gods beloften vervuld zullen worden (Gen. 12:7, 13:15, 22:18, enz.) Vele malen wordt deze belofte herhaald. Oppervlakkig gezien is “het zaad van Abraham” de zoon van Gods keuze, niet Ismaël, maar Izak.

Maar ten diepste spreekt “het zaad van Abraham” van Christus, zoals Paulus later verklaart (Gal. 3:9). In Christus zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.

In Genesis 12, in de beloften aan Abraham, vinden we al de kiem van wat Paulus later bekend mocht maken: de verzoening van de wereld en de redding van alle mensen! (Rom. 11:15; Kol. 1:20; 1 Tim. 4:10).