In de vorige blog zagen we hoe Petrus en Judas waarschuwen voor de ontaarding die zou plaatsvinden in het nog jonge christendom. Deze apostelen uit de Twaalf, richtten zich tot het Joodse volk. Daar waren in eerste instantie vele gelovigen (Hand. 21:20), maar al snel zouden zij zich laten afbrengen van de waarheid. Maar hoe zou het daarna gaan, onder de natiën?
de toekomstvisie van Paulus op het christendom
Ook Paulus, apostel van de natiën (Rom. 11:13; 1 Tim. 2:7), spreekt duidelijk over de toekomst van het christendom. De kern van wat Paulus onderwijst is geweldig: de verwerping van de Messias door Israël betekent verzoening voor de wereld! (Rom. 11:15). Tegelijk is hij somber over wat er zal gebeuren onder de gelovigen en zegt dit op diverse plaatsen in zijn brieven.
1 Timotheüs 4
1 Maar de geest zegt uitdrukkelijk, dat in latere tijden sommigen afstand zullen nemen van het geloof, omdat zij acht geven op geesten die doen dwalen en op onderwijzingen van demonen,
2 in de huichelarij van valse woorden, die hun eigen geweten dichtgeschroeid hebben.
3 die verbieden te trouwen en zich te onthouden van voedsel, wat God geschapen heeft om met dankzegging genuttigd te worden door de gelovigen, die ook de waarheid erkennen.
leringen van demonen
Paulus waarschuwt dat in latere tijden sommigen van het geloof zullen afvallen, zich laten misleiden door valse leraren en “leringen van demonen” (Grieks: daimonion). Het woord demonen heeft in onze oren een negatieve klank, omdat de vertalingen dit vaak weergeven met boze geesten. Maar voor de Grieken had het dat niet, zij noemden hun goden “demonen”. Als Paulus in Handelingen 17 in gesprek is met een aantal Griekse filosofen en hij vertelt hen van Jezus en de opstanding, zeggen zij in vers 18: “Hij schijnt een verkondiger van vreemde goden (daimonion) te zijn”.
heidense goden
Als Paulus verklaart in 1 Timotheüs 4 dat in latere tijden sommigen zich zullen laten leiden door leringen van demonen, bedoelt hij hiermee dat invloeden van heidense godsdiensten het christendom zouden binnensluipen. Het meergodendom werd op een geraffineerde wijze het christendom binnen gesmokkeld door de leer van de drie-eenheid.
voorgangers
Het onderwijzen van “leringen van demonen” gebeurt via mensen die een vooraanstaande positie innemen en onderwijzen, zoals blijkt uit vers 3, waar wordt gesproken over het verbieden van te trouwen en het afzien van voedsel. Met andere woorden: verplicht celibaat en vasten. Hierin herkennen we bijvoorbeeld de Rooms-Katholieke kerk, die het grootste deel van het christendom beslaat, maar ook andere denominaties binnen het christendom.
Het christendom werd dus al vroeg beïnvloed door heidense invloeden en door de huichelarij van valse leraren, die hun eigen geweten dichtgeschroeid hadden (vers 2). In het Griekse woord dat hier met huichelarij is vertaald, hupokrisei, herkennen we ons woord “hypocrisie”: het één zeggen, maar iets anders doen. Zo is het christendom doordrenkt van hypocriete leringen: men zegt het één, maar bedoelt iets anders, en vaak gaat het zelfs om de kern van de kerkleer.
enkele voorbeelden
Men zegt: er is één God.
Men bedoelt: er zijn drie goden: God de Vader, God, de Zoon, en God de Heilige Geest
Men zegt: God laat niet varen de werken van Zijn handen.
Men bedoelt: als je niet gelooft, of niet voor Jezus kiest, zul je voor altijd branden in de hel.
Men zegt: Gods liefde is onvoorwaardelijk.
Men bedoelt: God houdt van je, vergeeft je en red je als jij in Hem gelooft en voor Hem kiest.
Men spreekt en zingt over Israël.
Men bedoelt de kerk.
Men zegt: alleen de Schrift (sola scriptura)
Men bedoelt: de Schrift moet worden gelezen binnen de traditie van de kerk en in het ‘licht’ van geschriften zoals de catechismus of geloofsbelijdenissen.
Enz.