7. wat is (al)verzoening? God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende

Tot nu toe hebben we de Schriftplaatsen die spreken over verzoening behandeld in de volgorde waarin ze in de Bijbel voorkomen. Met uitzondering van 1 Korinthe 7:11, dat we al eerder hebben besproken, omdat daar het begrip verzoening de enige keer wordt gebruikt in een verhouding tussen mensen onderling. In alle andere gevallen gaat het over de verzoening van de mens(heid) met God.

de wereld verzoend
Zo ook in 2 Korinthe 5:18-20, waar we de woorden verzoening en verzoenen maar liefst vijf keer tegenkomen. In Romeinen 11 sprak Paulus over de verzoening van de wereld, en ook hier gaat het om de wereld die met God verzoend wordt.

gedrongen
In de voorgaande verzen heeft Paulus betoogd dat hij gedrongen wordt door de liefde van Christus (2 Kor. 5:14). God had Zijn liefde uitgegoten in Paulus’ hart (Rom. 5:5). God bewijst Zijn liefde daarin, dat Christus voor ons stierf toen wij nog goddelozen (Rom. 5:6) en zondaren (Rom. 5:8) waren. Die liefde drong Paulus. Dat is drang, geen dwang.

gestorven en opgewekt voor allen
Christus stierf voor allen en dus zijn allen gestorven — zo rekent God (2 Kor. 5:14). Adam nam de hele mensheid mee in zonde en dood (Rom. 5:12; 1 Kor. 15:22). Zo is ook de hele mensheid besloten in Christus, de laatste Adam, en ontvangt zij in Hem rechtvaardiging en leven (Rom. 5:18; 1 Kor. 15:22). Christus stierf voor allen en werd opgewekt voor allen (2 Kor. 5:15; 2 Tim. 2:11). De levendmaking van allen geschiedt echter in een bepaalde volgorde (1 Kor. 15:23). Degenen die nu al leven, zijn een nieuwe schepping in Christus (2 Kor. 5:17).

2 Korinthe 5
18 En dit alles is uit God, die door Christus ons met Zichzelf verzoent en ons de bediening van de verzoening geeft..

Alles wat Paulus in het voorgaande noemt, is uit God. Dat wij met Hem stierven, dat wij met Hem worden opgewekt en dat God door Christus ons met Zichzelf verzoent — het is allemaal Gods werk. God maakt door Christus vijanden tot verzoenden.

de bediening van de verzoening
Ook hier zien we opnieuw dat het de mens is die met God verzoend wordt en niet andersom. God hoefde niet verzoend te worden, want Hij was geen vijand. Hij verzoent ons en geeft ons nu de bediening van de verzoening. Wat dat inhoudt, wordt uitgelegd in het volgende vers.

19 hoe dat God in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende was en hen hun misstappen niet toerekent en het woord van de verzoening in ons plaatst.

God gaf Paulus — en ook ons — de bediening van de verzoening om het woord van verzoening bekend te maken in de wereld. Dat woord is: dat God in Christus de wereld met Zichzelf verzoent en hun hun misstappen niet toerekent. De allergrootste misstap van de wereld is dat zij Gods Zoon kruisigden en doodden. Toch rekent God het hun niet toe. Integendeel: Hij gaat juist door Christus, de wereld het leven geven en zal zo ieder mens overtuigen van Zijn liefde. Elk knie zal zich voor Hem buigen en elke tong zal van harte belijden dat Jezus Christus Heer is, tot heerlijkheid van God, de Vader (Fil. 2:10-11).

Jozef
Vergelijk dit met Jozef, die een schitterend type is van Christus. Ondanks de vijandschap van zijn broers — die hem wilden doden en hem verkochten — voedt hij hen en verklaart hij dat God het zo bedoeld heeft, “om hen in het leven te behouden en te verlossen” (Gen. 45:5-7). Zo rekent ook God de wereld niet aan dat zij Zijn Zoon kruisigden, maar geeft Hij hun juist zo het leven.

20 Wij zijn dan ambassadeurs voor Christus, als van God oproepend door ons: (ten behoeve van Christus smeken wij): word verzoend met God!

De meeste vertalingen geven hier weer met: laat u met God verzoenen. Dat zou betekenen dat de mens iets moet laten gebeuren of een handeling moet verrichten om verzoend te worden. Dat staat echter haaks op wat we twee verzen eerder lazen: “En dit alles is uit God, die door Christus ons met Zichzelf verzoent” (:18).

geen uitnodiging, maar opdracht
Wat in veel vertalingen wordt weergegeven als een uitnodiging waarbij de mens actie moet ondernemen, is in de grondtekst een bevelende mededeling. Paulus gebruikt hier het Griekse werkwoord katallagēte, in een gebiedende wijs in passieve vorm. Dat betekent dat de handeling — wordt verzoend! — wordt uitgevoerd aan het onderwerp, de mens, en dat deze daarin passief is. De mens levert geen enkele bijdrage aan zijn eigen verzoening. Onderaan deze blog vindt u een printscreen uit het Bijbelprogramma ISA met de grammaticale gegevens van dit woord.

Hieronder volgen enkele voorbeelden waarin dezelfde grammaticale vorm wordt gebruikt.

verstom – een onreine geest uitgedreven

Marcus 1
25 En Jezus vermaant hem, en Hij zegt: Verstom, en ga uit van hem.

Hier werpt Jezus een onreine geest uit een bezeten man. De onreine geest wist wie er voor hem stond, zoals blijkt uit het voorgaande. Na de opdracht van Jezus kon hij niet anders dan zwijgen en de man verlaten. Dat lijkt misschien actief — “hij ging uit” (:26) — maar dat is het niet. De onreine geest kon niet blijven. Zo is het ook met wordt verzoend. Als God de mens verzoent, kan hij dat niet weerstaan of tegenhouden, en levert hij daar zelf geen aandeel in.

wordt gereinigd – een melaatse genezen

Marcus 1
40 En er komt een melaatse naar Hem toe, en hij roept Hem op, en hij valt voor Hem op de knieën, en hij zegt tegen Hem: Heer, als jij wil, kan jij mij reinigen.
41 En Jezus wordt met mededogen bewogen, en Hij strekt zijn hand uit, en Hij raakt hem aan, en Hij zegt tegen hem: Ik wil het, word gereinigd.

Wat was het aandeel van de melaatse in zijn genezing? Geen enkel. De Heer gaf een opdracht; hij onderging die en werd genezen.

wordt opgewekt – de jongeling van Naïn

Lukas 7
14 En Hij treedt toe, en Hij raakt de baar aan. En de dragers staan stil. En Hij zei: Jongeling, Ik zeg tegen je, word opgewekt!

Dit is misschien wel het meest sprekende voorbeeld. Hier is het een dode die door Jezus wordt opgewekt. Wat kun je van een dode verwachten? Geen geloof, geen instemming, zelfs geen reactie. De dode wordt opgewekt omdat Jezus hem de opdracht geeft. De wereld die door God verzoend wordt, is hierin net zo passief.

Zie verder nog Mattheüs 8:3; Marcus 7:34; Lukas 4:35, 5:13, 17:6 voor meer voorbeelden van deze grammaticale vorm.

Telkens zien we bevestigd dat deze werkwoordsvorm een bevel is, waarbij niets van degene wordt gevraagd tot wie het gericht is. Het is God die verzoent, de mens ondergaat het en wordt veranderd.

smeken
Maar waarom smeekt Paulus zijn lezers dan? Smeken in de Schrift is geen onzeker of wanhopig roepen, maar een beroep doen op Gods beloften. Daniël wist dat de termijn van de verwoesting van Jeruzalem vervuld was (Dan. 9:2), en toch richtte hij zich tot God met gebed en smeken (Dan. 9:20), om een beroep te doen op wat God beloofd had.

Zo wist Paulus ook dat God de wereld met Zich verzoent. En in zijn bewogenheid roept hij het uit: word verzoend met God! De verzoening van het al (Kol. 1:20) is de boodschap die Paulus onder de natiën bekendmaakte. Wie deze waarheid nu al erkent en gelooft, is reeds verzoend (Kol. 1:21).