9. wat is (al)verzoening? de verzoening van het (heel)al

De laatste twee keren dat er in de brieven van Paulus sprake is van verzoening, vinden we in Kolossenzen 1. Beide keren gaat het hier om apokatallasso, dat betekent: geheel verzoenen.

In dit hoofdstuk beschrijft Paulus de heerlijkheid van Christus als de Zoon van Gods liefde (1:13), die het beeld is van de onzichtbare God en de Eerstgeborene van de hele schepping (1:15). Hij is Degene door Wie heel de schepping tot stand is gekomen (1:16) en alles heeft het bestaan in Hem (1:17).

in alles de Eerste
Maar Hij is ook de Eerstgeborene van de nieuwe schepping, zodat Hij in alles de Eerste zou worden (1:18). In Hem woont heel de volheid van de Godheid (Kol. 1:19; 2:9). De Zoon maakt God zichtbaar, anders zou God immers onzienlijk blijven. De Zoon maakt God niet alleen zichtbaar, maar openbaart ook Zijn eigenschappen: Zijn liefde, goedheid, genade, rechtvaardigheid, enz.

Kolossenzen 1
15 Hij is de afbeelding van de onzichtbare God, de eerstgeborene van de gehele schepping,
16 want in Hem werd alles geschapen, wat in de hemelen is, en wat op de aarde is, het zichtbare, en het onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij autoriteiten; alles is door Hem en tot Hem geschapen;
17 en Hij is vóór alles en alles staat samen in Hem.
18 En Hij is het Hoofd van het lichaam, de ecclesia. Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden, zodat Hij in alles de eerste zou worden.
19 Want de gehele compleet-making heeft een welbehagen om in Hem te wonen…

Naast de onovertroffen heerlijkheid die de Vader aan de Zoon heeft gegeven, valt in deze verzen op dat telkens de hele schepping wordt benoemd. In de verzen 15 t/m 18 is maar liefst zes keer sprake van alles of “de gehele schepping”. 

20 en door Hem het alles (geheel) tot Hem te verzoenen,
vrede makend door het bloed van Zijn kruis, door Hem,
hetzij wat op de aarde is, hetzij wat in de hemelen is.

Net als in Efeze 2:16 is hier sprake van apokatallassō, geheel verzoenen. In dit vers is voor de zevende keer sprake van “(het) alles” (Grieks: ta panta) en wordt opnieuw het geheel benoemd. Het heeft dezelfde betekenis als in de voorgaande verzen: het betreft de gehele schepping. Om dat nog eens te benadrukken, staat erachter: “hetzij wat op de aarde is, hetzij wat in de hemelen is”.

alomvattend
Ook hier zien we dat God verzoent door vrede te maken. Vijandschap wordt veranderd en eenheid wordt tot stand gebracht. Ook hier is God niet Degene die verzoend wordt; de schepping wordt met Hem verzoend.

Verzoening reikt verder dan de mensenwereld, want ook “wat in de hemelen is” zal worden verzoend. Alle vijandige geestelijke machten (Ef. 6:12), die immers ook schepselen van God zijn, zullen met God worden verzoend. De vijandschap zal veranderen in vrede, want God maakt vrede door het bloed van Zijn kruis. De heerlijkheid van de Zoon is universeel en alomvattend!