1 Korinthe 15 is een lang hoofdstuk dat handelt over de opstanding. Onder de Korinthiërs waren sommigen die beweerden dat er geen opstanding van doden is. Paulus reageert daarop door te stellen dat Christus dan ook niet is opgewekt en ons geloof zinloos is (1 Kor. 15:16-17), want Zijn opstanding is het fundament.
Paulus herinnert hen aan de vaste, historische feiten van het evangelie: Christus is gestorven, begraven en op de derde dag opgewekt, overeenkomstig de Schriften (1 Kor. 15:4). Na Zijn opstanding is Hij verschenen aan vele getuigen (1 Kor. 15:5-8). De opstanding is een door God bevestigd feit.
reikwijdte
Christus is de Eersteling, levend gemaakt in onvergankelijkheid. Van daaruit gaat Paulus spreken over de reikwijdte van de opstanding, door een vergelijking te maken tussen Adam en Christus. Door Adam kwam de dood in de wereld en die reikt tot alle mensen (Rom. 5:12). Christus, de laatste Adam (1 Kor. 15:45), staat ervoor garant dat allen levend gemaakt zullen worden.
1 Korinthe 15
22 Want net zoals in Adam allen sterven, zó zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden.
De parallel is volstrekt duidelijk. Het “allen” in Adam en het “allen” in Christus zijn grammaticaal en inhoudelijk gelijk. Zoals de dood door Adam allen bereikt, zo bereikt het leven door Christus allen. Dit is geen mogelijkheid, maar een Goddelijke garantie: allen zullen levend gemaakt worden.
23 Maar ieder in zijn eigen rangorde: de Eersteling Christus, vervolgens zij, die van Christus zijn – in Zijn aanwezigheid…
volgorde
Paulus maakt duidelijk dat deze levendmaking een vaste ordening kent. Christus is de Eersteling; Zijn opstanding is het begin en de garantie. Bij Zijn komst (Grieks: parousia, letterlijk: aanwezigheid) volgt een nieuwe fase: “zij die van Christus zijn”. Deze groep omvat verschillende momenten van opstanding, zoals de wegrukking van de ecclesia (1 Thess. 4:13–18) en de opstanding van de rechtvaardigen (Dan. 12:2; Luk. 14:14). Paulus spreekt hier niet over uitsluiting: allen zullen levend gemaakt worden, maar de opstanding voltrekt zich gefaseerd, volgens Gods volgorde.
24 daarna het einde – wanneer Hij het koninkrijk overdraagt aan God, de Vader, wanneer Hij alle overheid en alle autoriteit en macht te niet zal doen.
25 Want Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al Zijn vijanden onder zijn voeten heeft geplaatst.
26 De laatste vijand, de dood, wordt teniet gedaan,
27 want Hij onderschikt alles onder Zijn voeten. Maar wanneer Hij zegt, dat alles onderschikt is, is het duidelijk dat het uitgezonderd Hem is, die alles aan Hem onderschikt.
28 En wanneer alles aan Hem onderschikt zal worden, dán zal ook de Zoon zelf onderschikt worden aan Hem, die alles aan Hem onderschikt, opdat God zal zijn: alles in allen.
“Daarna het einde” verwijst naar het voltooide doel van Gods plan: het moment waarop Christus het Koninkrijk aan God de Vader overdraagt, nadat alle vijandige machten zijn overwonnen. Zijn koningschap heeft als doel om alles onder Zijn gezag brengen, totdat de laatste vijand — de dood — buiten werking is gesteld.
de dood als laatste vijand
De dood wordt hier “de laatste vijand” genoemd. We hebben gezien dat vijanden en vervreemden verzoend worden, maar dat geldt niet op dezelfde wijze voor de dood, omdat dood geen persoon is, maar een macht.
Verzoening is een totale omkering: vijandschap wordt vrede en vervreemding wordt gemeenschap. Hoewel hier geen sprake is van verzoening, is er wel sprake van een complete verandering. De dood wordt teniet gedaan en verliest haar werking. Dat betekent dat elk schepsel dat aan de dood onderworpen was, levend wordt gemaakt in onvergankelijkheid. De dood is er niet meer.
God alles in allen
Wanneer dit is volbracht, draagt Christus alles over aan de Vader en bereikt Gods plan zijn voltooiing: God alles in allen. Geen vijandschap, dood of vervreemding blijft bestaan; alles keert terug tot Hem die leven geeft en alles heeft voortgebracht.
samenvatting
1 Korinthe 15 laat zien dat Gods heilsplan niet fragmentarisch is, maar allesomvattend. Zoals door Adam de dood allen heeft bereikt, zo zal door Christus het leven allen bereiken. De opstanding kent een volgorde en een tijdsverloop, maar geen begrenzing in reikwijdte. Christus regeert totdat alle vijanden zijn onderworpen, met de dood als laatste. Wanneer ook deze vijand is tenietgedaan, draagt de Zoon alles over aan de Vader. Dan is Gods doel bereikt: niet dat sommigen gered zijn en anderen verloren, maar dat God alles in allen zal zijn.