Richteren 6:30-32 Gideon verworpen door de mannen van de stad

Gideons volksgenoten zijn erachter gekomen dat hij het heiligdom van Baäl en Asjera heeft vernietigd. Ze vragen zich echter niet af waarom Gideon dit heeft gedaan. Dat was wel relevant geweest, wan hij was immers door God aangesteld om Israël te verlossen. Maar het volk verwerpt Gideon en ze willen hem doden.

Richteren 6
30 En de mannen van de stad zeiden tegen Joas: Breng jouw zoon buiten, hij moet sterven, want hij heeft het altaar van de Baäl afgebroken en hij heeft de Asjerapaal omgehakt die er op stond.
31 En Joas zei tegen allen die bij hem staan stonden: Twisten jullie voor de Baäl? Moeten jullie hem redden? Wie voor hem twist zal nog deze ochtend ter dood gebracht worden. Als hij een god is, zal hij voor zichzelf twisten, want hij heeft zijn altaar afgebroken.
32 En men noemde hem in die dag Jerub-Baäl, zeggend: De Baäl twistte met hem, omdat hij zijn altaar heeft afgebroken.

Jeruzalem
“De mannen van de stad” zijn hier een uitbeelding van Jeruzalem, dat de opgewekte Christus verwierp. Hij had het oude verbond vervuld en een nieuw verbond tot stand gebracht, maar het Joodse volk hield vast aan het oude verbond en het Judaïsme. Door ook de opgewekte Christus af te wijzen, kruisigden zij als het ware de Zoon van God opnieuw (Hebr.6:6). De mannen van de stad vinden dat Gideon moet sterven, terwijl hij hier juist een uitbeelding is van Degene die de dood heeft overwonnen.

wij hebben een altaar
De Hebreeën brief schrijver zegt hierover: Wij hebben een altaar, waarvan zij, die de tabernakel dienen, niet het recht hebben om van te eten (Hebr.13:10). “Het altaar” heeft hier een symbolische betekenis en verwijst naar het offer van Christus: zijn opstanding en triomf over de dood. “De tabernakel” staat voor de dienst onder het oude verbond. Israël dat bleef vasthouden aan het oude verbond, heeft geen deel aan Christus en aan wat Hij heeft bewerkt.

strijden tegen God?
Joas speelt hier een opmerkelijke rol. Het woord dat is vertaald met “twisten” wordt elders gebruikt in de betekenis van een rechtsgeding voeren (Jes. 50:8; Jer. 2:9) of een rechtszaak (Jes. 51:22).

Zijn optreden doet sterk denken aan Gamaliël, lid van het Sanhedrin, die opstaat wanneer men de discipelen — getuigen van de opstanding van Christus — wil doden. Hij waarschuwt dat men dat niet moet doen: als hun werk niet van God komt, zal het vanzelf verdwijnen; maar als het wél van God komt, is het niet te stoppen en zou blijken dat men tegen God zelf strijdt (Hand. 5:34–39).

Omdat het volk streed tegen God, werd het “ter dood gebracht”. De stad Jeruzalem en de tempel werden verwoest, Israël kwam terecht in het graf en werd verstrooid onder de volkeren (Ezechiël 37).

strijd tussen het oude en nieuwe
Hier krijgt Gideon zijn tweede naam: Jerub-Baäl, dat betekent: “Baäl twist/strijdt met hem”. Israël accepteerde de opgewekte Christus niet, verwierp Hem en hield vast aan het oude. Het was “in strijd” met hun overleveringen.