Uitverkiezing vinden we heel de Schrift door. Hoewel het begrip niet altijd wordt gebruikt, wordt vanaf de eerste bladzijde van de bijbel Gods verkiezend handelen duidelijk.
Van Adam kun je vanuit menselijk oogpunt niet zeggen dat hij was uitverkoren. Hij was de eerste mens, dus in die zin was er nog geen sprake van uitkiezen, aangezien er nog geen mensheid of groep bestond waaruit hij gekozen werd.
Gods voornemen
Maar vanuit Gods perspectief is er wel sprake van een keuze voor Adam als eerste mens. God werkt Zijn plan uit in de tijdperken (aeonen) en heeft in Zijn voornemen alles bepaald (Ef. 1:11; 3:11). Ook de rol van Adam lag daarin van tevoren vast. Hij werd door God aangesteld als het hoofd van de oude mensheid en als een type van Hem die komen zou (Rom. 5:14).
uniek
Hoewel het begrip uitverkiezing niet wordt genoemd met betrekking tot Adam, kun je wel zeggen dat Adam een unieke, door God aangestelde positie had:
– hij was de eerste mens
– hoofd van de oude mensheid
– gesteld over de schepping
– geplaatst in de hof
– ontvanger van Gods gebod
specifieke rol
In die zin had hij een bijzondere positie binnen Gods plan. Maar de Schrift noemt dat geen “uitverkiezing”. Dat is opvallend, omdat de Bijbel het begrip uitverkiezing meestal gebruikt voor mensen of groepen die binnen Gods plan een specifieke taak krijgen te midden van anderen:
– Abraham uit de volkeren
– Israël uit de natiën
– David onder zijn broers
Bij Adam ontbreekt dat contrast. Hij staat aan het begin van heel de mensheid. Daarom spreekt de Schrift eerder over hem als “de ene mens” of “de eerste mens” dan als een uitverkorene.
Adam een type
Paulus plaatst Adam typologisch naast én tegenover Jezus Christus. Beiden zijn hoofd van een mensheid: Adam van de oude schepping, Christus van de nieuwe. Maar waar door de ene dood en veroordeling kwam, komen door de Ander leven en rechtvaardiging. Daarmee wordt duidelijk dat de betekenis van Adam niet zozeer ligt in een eventuele uitverkiezing, maar in zijn functie als type van Christus.